is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beugel kunnen. Later bleek mij, dat de bewuste persoon de gegevens, die hij in zijn officieele functie onder oogen had gehad, minstens even volledig bezat in zijn particulier archief en ik heb hiervan een dankbaar gebruik kunnen maken. Op de terugreis trof ik een Engelschman, die zeer veel had gereisd in Zuid-Amerika en die er een „sport” van maakte met enkele woorden land en volk te schetsen. In het bijzonder troffen mij de volgende opmerkingen: „Zuid-Amerika is als een jonge, nukkige maagd, die overtuigd is van eigen schoonheid en rijkdom en die maar al te goed weet, dat velen naar haar gunst dingen”. „Zuid-Amerika is een land van groote mogelijkheden, groote werkelijkheden en groote moeilijkheden”. Inden avond van 17 December 1937 nam mijn reis een aanvang en ’s morgens 29 Maart 1938 stapte ik weer op vaderlandschen bodem. Van de ruim 14 weken, die de reis duurde, heb ik er vijf doorgebracht op zee, terwijl ik in het land zelf veel tijd noodig had om me te verplaatsen. Ook door andere omstandigheden had ik veel „tarra” in mijn tijd. Voor een grondige studie zou men minstens een jaar inde drie genoemde landen moeten vertoeven, om gedurende alle tijden van het jaar de cultuur te kunnen bestudeeren. Dit dringt nog temeer in landen, waar men de gegevens van anderen zooveel mogelijk aan eigen waarnemingen dient te toetsen. Om tweeërlei redenen heb ik in deze inleiding reeds enkele reisherinneringen en beschouwingen gevlochten. Inde eerste plaats om den lezer vooraf duidelijk te maken, dat er niet mag worden gesproken van de Zuid-Amerikaansche aardappelteelt. Elk bepaald gebied heeft weer zijn bijzondere omstandigheden en bijzondere eischen. Inde tweede plaats om hem, die een studiereis naar Zuid-Amerika zou wenschen te maken of zakenrelaties zou willen aanknoopen, er op voor te bereiden, dat hij daar toestanden en moeilijkheden zal ontmoeten, welke van anderen aard zijn dan in Europa. Tevens moge deze inleiding dienen als een soort van verontschuldiging tegenover hen, die verwacht mochten hebben, dat ik meer of belangrijker gegevens zou hebben meegebracht.

955