is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt er een belangrijke teelt van druiven, peren, groenten en aardappelen, die door kunstmatige bevloeiing worden voorzien van het noodige water (bij de verovering van dit gedeelte van Argentinië vonden de Spanjaarden groote irrigatiewerken, die door de Indianen waren aangelegd). Inde hoofdstad Mendoza vindt men overal de goten, die doen denken aan een bovengrondsche rioleering, doch die dienen om de boomen door middel van bevloeiing in het leven te houden. De aardappel wordt geteeld op kleine bedrijven, temidden van druiven enz. Men kan er drie plant- en oogsttijden onderscheiden, die echter zoo in elkaar overgaan, dat men ook hier weer gedurende het geheele jaar aardappelen teelt. De laatste twee jaar is de aardappelteelt er belangrijk uitgebreid en door de bevloeiing schijnen de opbrengsten minder wisselvallig te zijn dan inde overige deden van Argentinië. Tegenover.de grootere opbrengsten staan echter ook hoogere uitgaven, door duurderen grond, bevloeiingskosten en verder vervoer naar centra van consumptie of haven. Verder heeft men in 1936/37 proeven genomen in het Andesgebergte, welke zoo gunstig uitvielen, dat men in 1937/38 niet minder dan 1300 ha aardappelen heeft uitgeplant. Zooals ik reeds in mijn inleiding mededeelde, kon ik deze aardappelvelden niet bezoeken, omdat in het gebergte, dat we moesten oversteken, te veel sneeuw was gevallen. Deze proef is niet alleen van belang voor de aardappelvoorziening van Argentinië, maar ook voor de voortbrenging van pootgoed. Men meent 11.1. opgemerkt te hebben, dat in dit gedeelte van het Andesgebergte in ’t geheel geen verspreiding van degeneratieziekten plaats vindt en men koestert de hoop, dat dit deel van Argentinië een belangrijk productiegebied van pootgoed zal kunnen worden. Het is weer een van de talrijke voorbeelden, hoe in dit jonge land nog tal van mogelijkheden denkbaar zijn, die heel wat verder reiken dan het land zelf. Uiteraard is het zeer goed mogelijk, dat ook deze proefneming gevoegd moet worden bij de vele mislukkingen, die men inden loop der landbouwkundige ontwikkeling heeft moeten meemaken. In Santa Fé met Rosario als middelpunt en in enkele andere provincies teelt men twee maal per jaar aardappelen, vaak met uiteenloopende plant- en oogsttijden. De practijk heeft hier gezocht naar den besten planttijd en besten oogsttijd, al naar het klimaat en al naar de aanvoer uit andere deelen van het groote land. In normale jaren vond nog wel geringe import plaats, waarbij niet uit het oog verloren mag worden, dat Buenos Aires met zijn goede haven verschillende producten met geringer vervoerkosten van overzee kan betrekken dan uit het land zelf, waar de afstanden zeer groot kunnen zijn en de transportgelegenheid vaak veel te wenschen overlaat. Door heffing van io % invoerrechten is de import van consumptieaardappelen in 1931 moeilijker geworden. In jaren van groote tekorten heeft men echter de geïmporteerde aardappelen wel vrijgesteld. O]! één punt wil ik nog de bijzondere aandacht vestigen, In alle gebieden, die door mij werden bezocht, heeft men mij verzekerd, dat de gewone aardappelziekte er totaal onbekend is. Daarentegen kent men er weer andere kwalen, die hier niet voorkomen, o.a. vreterij door „vaquilla" (Epicauta dispersa) en sprinkhanen. Alternaria treedt soms in hevige mate op.

985