is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meel momenteel in studie (en werd reeds proefsgewijze uitgevoerd) bij de aardappelmeelfabrieken. Doordat de campagne der vlokken fabrieken op plm. 150 dagen gerekend wordt, zullen de aardappels gedurende enkele maanden bewaard moeten worden. Gedurende dezen tijd en ook tijdens het transport, opslag, aan de fabriek enz. zal ongetwijfeld veilles te boeken zijn, al zal dit uiteraard niet erg groot zijn. Dit verlies kan echter nog meer beperkt worden als de conserveering der aardappels op de boerderij zelve plaats heeft, waardoor behalve een aanzienlijke verlaging van de conserveeringskosten tevens de transportkosten practisch geheel wegvallen. Ó inde bezwaren, die de ouderwetsche wijze van koken of stoomen van kleinere kwantums aardappels gedurende een langer tijdsbestek met zich meebracht, voor den boer weg te werken, heeft men vooral in Duitschland proeven genomen met het inkuilen van gestoomde aardappels. Bij deze proeven is komen vast te staan, dat het inkuilen van gestoomde of gekookte aardappels in aarden kuilen, gemetselde of betonnen silo’s uitstekende resultaten gaf, mits het product goed vast werd aangestampt en daarna geheel van de lucht werd afgesloten. De verliezen bleken zeer gering te zijn en de voederwaarde van het gestoomde ingekuilde product nagenoeg gelijk aan die van versch gestoomde aardappels. Hoofdvoorwaarde 'was: dat het inkuilen ineen snel tempo geschiedde, zoodat de kuil of silo liefst in één dag gevuld was. Om dit te bereiken was een toestel noodig, dat in staat stelde om groote kwantums aardappels in één dag te stoomen en wel zoodanig, dat inderdaad ook alle aardappels gaar gestoomd werden zonder te verbranden, De oude veevoederkookpotwas voor ebt doel niet geschikt, omdat zijn capaciteit (plm. 300 kg per uur) te gering is. Stoomers van grootere capaciteit waren reeds sedert 1866 in Duitschland in gebruik. Voor een algemeene toepassing waren deze toestellen echter niet geschikt: zij stonden onder vrij hoogen druk, nl. plm. 3 atmosfeeren, moesten daardoor solide gebouwd zijn, wat de aanschaffingskosten weer hoog maakte, waren moeilijk schoon te maken en weinig transportabel. In 1936 werden ook in ons land enkele proeven genomen met het stoomen van aardappels. De daarvoor geconstrueerde inrichtingen (verbeterde veevoederpot van prof. Visser) boden echter niet de gelegenheid om groote kwantums in één dag te verwerken of zoo zij dat wel deden, bleek de werkwijze niet volmaakt, in dien zin, dat een groot aantal aardappels niet of slechts half gaar werd en andere verbrandden (afgedekte stortkar, waarin een stoombuis naar analogie van het Duitsche Kastenwagenverfahren door dhr. Lankwarden beproefd). Inmiddels had men in Duitschland een lage-druk-stoomontwikkelaar geconstrueerd, waarmede het mogelijk was van de eene boerderij naar de andere te trekken en daar in korten tijd groote hoeveelheden aardappels voor het inkuilen klaar te maken. Deze zgn. ~Dampfkolonnen” (waarvan ondertusschen diverse merken in Duitschland inden handel zijn) maakten daar grooten opgang en het is voornamelijk aan het initiatief van den heer Lankwarden, Directeur der R.Landbouwwinterschool te Hengelo te danken, dat wij ook in Nederland met deze werkwijze kennis mochten maken en

1041