is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

carrier is. Met eeltige positieve, dat ik L kan mededeelen is, dat liet Y-virus in bepaalde gedeelten van Engeland zeer veel voorkomt; sommige velden zijn er zoo door aangetast, dat het op een afstand den indruk maakt, of Phytophthora infestans er ruïneus in heeft huisgehouden. Alleen inde goede pootgoeddistricten van Schotland en N.-W.-lerland is het zeldzaam. Ook in Frankrijk komt het voor, waarschijnlijk ook in België. In Duitschland breidt het 'i -vhus zich gedurende de laatste jaren sterk uit. Wij zitten er dus midden m, en langs wegen van geleidelijkheid kan het virus ook wel m ons land zijn doorgedrongen. Een niet te onderschatten bron van infectie vormt natuurlijk ook het buitenlandsche pootmateriaal, dat voor beproeving geïmporteerd wordt. Men loopt nu eenmaal op deze manier de kans een ziekte binnen te halen. Maar hoe het ook zij, we zitten er mee. Laten we hopen, dat door strenge selectie de ziekte inde gebieden, waar zij voorkomt, in toom kan worden gehouden en verdere verspreiding beperkt mag blijven. Laboratorium voor Mycologie en Aardappelonderzoek. Wageningen, Juli 1938. DISCUSSIE. Jr W B L. Verhoeven: de Heer Rozendaal heeft naar voren gebracht, dat het Y-virus zeer gemakkelijk met sap van zieke op gezonde planten kan worden overgebracht. Zou hij het ook mogelijk achten, dat hij aaniaking der planten met de handen, zooals bij het selecteeren vaak gebeurt, de smetstof verspreid wordt? Kan de smetstof bv. met beenkappen worden overgebracht? Welke rol kan de wind bij de overbrenging spelen, speciaal als 'hierbij beschadigingen optreden? ■ , , Ir. A. Rozendaal: Theoretisch moet het mogelijk worden geacht, dat. cie aan de handen en beenkappen klevende smetstof op gezonde planten kan worden overgebracht. Inde practijk zal dit echter wel zoon vaart niet loopen. Indien echter door den wind zieke planten langs gezonde schuren, kan men wel degelijk overgang van de smetstof verwachten. Door het langs elkaar schuren ontstaan kleine wondjes, b.v. door het afbreken der haien, waardoor de smetstof gemakkelijk van de zieke op de gezonde plant kan overgaan. luist de geringe verwondingen vormen ideale toegangswegen voor het virus. Het virus komt dan in nog levende cellen terecht, waarin de vermeerdering van de smetstof direct kan plaats vinden. Dit gebeurt niet in afgestorven cellen. Hevige beschadigingen, waardoor de cellen afsteryen, zijn dan ook niet bevorderlijk voor het tot stand komen van de besmetting. De Heer R. IV. Janssen (Roosendaal) : Voor de keuring zou het zeer belangrijk zijn, indien deze ziekte bij de Eersteling zoo vroegtijdig mogehjK kon worden herkend. Zou de Heer Rozendaal kunnen mededeelen aan welke symptomen de primair besmette planten zijn te ondeikennen. Ir A. Rozendaal: De primair zieke planten vertoonen m de toppen van een of* meer stengels een bonte verkleuring; soms maken de toppen een wat o-riisachtigen indruk. Voor de diagnose is het vooral belangrijk de bladeren San de onderzijde te bekijken. Indien men daar een bruine nerfnecrose waarneemt, kan men er zeker van zijn, dat men met het Y -virus te doen lic^ft De Heer R. W. Janssen (Roosendaal) : Wanneer worden die verschijnselen voor het eerst waargenomen? Ir A Rozendaal: Bij de proeven van Ir. W. B. L. Verhoeven, waarbij gezonde en zieke Eerstelingen naast elkaar verbouwd werden trad op 2 c juni in eerstgenoemde reeds een zeer groot aantal primair zieke planten on.'Op het proefveld van het Laboratorium voor Mycologie en Aardappelonderzoek verschijnen de primaire symptomen wat later. Men zou onder de Wageningsche omstandigheden dus wel heel vroeg moeten rooien om het Y-virus te ontloopen. . , , ~ „ . f – . Dr. J. G. Oortwijn Botjes: Op de Industrie heb ik eens Tnumt geent.

1085