is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1878, no 4, 1878 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VIRGINISCHE TULPENBOOM.

(’t geen niet te verwonderen is, daar hij tot dezelfde familie behoort) maakt, dat het planten eenige voorzorgen vereischt. Eene onmisbare voorwaarde voor het slagen is zeer laat in het voorjaar te planten, ten tijde dat de hoornen inden groei beginnen te komen, en van den anderen kant de wortels niet te verminken. Indien deze erg beschadigd mogten zijn, is het zelfs verkieselijk ze weg te nemen. Het planten zelf geschiedt in rijen, somtijds in groepen of ook afzonderlijk, dat wil zeggen, dat aangezien deze boomen zeldzaam, en betrekkelijk hoog in prijs zijn, men ze uitsluitend als sierboomen beschouwt; zij worden dan als zoodanig gekweekt en geplant, ’t geen echter niet belet er voordeel van te trekken, daar waar ze goed voortwillen, want alsdan groeien ze snel en verkrijgen groote afmetingen. Hoedanigheid. Gebruik. Aangezien de tulpenboom tot heden uitsluitend als sierboom gekweekt is, kunnen wij niets stelligs zeggen betrekkelijk de hoedanigheid van zijn hout, evenmin als omtrent het gebruik, dat men er 'van zou kunnen maken; al wat wij er van zeggen kunnen, bestaat hierin, dat zijn hout aangenaam riekt, blank en ligt is, hoezeer tevens digt, blinkend, fijn en digt van nerf en dat het zich zeer fraai laat polijsten, alle hoedanigheden die grond geven voor de meening, dat men het met voordeel inde nijverheid zou kunnen gebruiken. Wij moeten ook doen opmerken, dat in geval, dat deze boomen als sierboomen geplant en dien ten gevolge eerst laat omgehouwen worden, nuttig zijn zal ze nu en dan op te snoeien, ten einde den stam te doen doorschieten; dit opsnoeien moet echter achtervolgens gedaan worden, ten einde sterke verminkingen te voorkomen en opdat de wonden gemakkelijk en schielijk genezen. E.a. carrière. ALLE VERANDERING IS GEEN VERBETERING. Het spreekwoord dat aan ’t hoofd van dit opstel geplaatst is, zal wel door ieder die een weinig ondervinding heeft, als een waar woord geacht worden, maar ook zal men gedwongen zijn te erkennen, dat er echter vele veranderingen zijn, die wel degelijk verbeteringen kunnen genoemd worden. Als b. v. de sombere winter, al mag die tot heden niet bijzonder streng of bar geweest zijn, maar die toch door zijn regenachtige, korte dagen en zijn duistere, lange nachten, onaangenaam aandoet, wordt vervangen door de lieve lente, dan gevoelt men dat deze verandering een groote verbetering is voor mensch en dier. leder verheugt zich om ’t genot dat de aangename tijd des jaars hem bereiden zal, over de genoegens die hem te

59