is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1878, no 7, 1878 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE' APELDOOKNSCHE TENTOONSTELLING.

bezigtigen. Tegen twee uur lokte de vrolijke marset van de Arnhernsche Infanterie-muZiek de bezoekers naar de cantine. Hier ging hetzooals bij de zuivelbereiding, maar weinigen viel het beloofde genot ten deel. Er was gebrek aan stoelen, er was gebrek aan bediening en de boeren , die met hun bierdorst het buffet bestormden, behaalden er een schitterende overwinning op het minder stomp-en dringlustige publiek. Mijns inziens had de Amersfoortsche ondernemer van de cantine beter partij kunnen trekken van deze gunstige gelegenheid om goede zaken te doen en zon hem, bij een tweede onderneming van dien aard, vooraf een lesje van zijn beter onderrigte collega’s inde drukst bezochte steden van ons vaderland, goed te pas komen, ’t Gebrek aan zitplaatsen gaf echter aanleiding tot schilderachtige groepjes op het gazon rond de muziektent. Het fraaije weder begunstigde welwillend dit landelijk genoegen en zette aan het geheel den luister bij, dien men zich vaneen feest op dit uitgezóchte plekje, begrensd door schoone villa’s, beschaduwd door statige boomgroepen en besproeid door den sierlijk kronkelenden vijver, voorstelde. Tegen vier uur had de prijsuitdeeling plaats, waarbij de heer H. C. van der Houven van Oordt het woord voerde. Voor velen kwam dit intermezzo ongewenscht, daar het een einde maakte aan de welluidende muziek en alleen verstaanbaar was voor de nabijstaanden. Het meerendeel vreemdelingen week nu van het terrein en het geros en gerij der vertrekkenden nam op nieuw een aanvang. Die niet zoo spoedig van, het Oranjepark kon scheiden en welligt ook nog het avondconcert voor de tentoonstellings-entrée hoopten bij te wonen, werden tegen zeven uur verjaagd en moesten om half acht weder inde beurs tasten, of vergenoegden zich om buiten de omheining de toonen der niet al te krachtige muziek op te vangen. Bij het avond-concert was dan ook weder de rust en de kalmte inde cantine terug getooverd. Br wasplaats en bediening te over. Het publiek bestond nog voornamelijk uit vreemdelingen, dorpsgezigten zag ik maar weinig. Volgens het programma van den dag werd de avond luisterrijk besloten door de electrische verlichting van het park, bij wijlen afgewisseld met bengaalsch vuur. De indruk van dit tooneel was hoogst bevredigend. Nog bevredigender zou het geweest zijn, indien ook de fraaije muziek, waarvan het Mendelssohn’sche lied door de Ocarina-Club, en „Un jour d’été en Norvège” de glanspunten uitmaakten, meer tot haar regt had kunnen komen. Bij het verregaand onbetamelijk kabaal van de élèves eener landbouwschool, ik meen uit Wageningen, was dit echter onmogelijk. Niet alleen verwondering maar ook groote verontwaardiging verwekte het, dat een fatsoenlijk publiek op deze ruwe wijze werd herinnerd aan de emancipatie onzer jongelingschap, zonder dat eenige autoriteit zich hiertegen verzette. Het wierp een leelijke vlek op dezen schoonen avond, waarvoor overigens de Tentoonstellingscommissie zoo grooten lof toekorat. 10 Juni. De verlaagde entreeprijs op den derden feestdag heeft niet de gewone aantrekkingskracht uitgeoefend op de volksklasse; voor het meerendeel verkoos zij de kroegen boven de tentoonstelling. Men kon zich dan ook zeer goed bewegen op het feestterrein en zonder stoornis luisteren naar de muziek, die echter den deskundigen maar weinig voldeed; men kon ook, met een weinig geduld, tot de stoomzuivelmachinegeraken, want ter elfder ure werd nu het publiek bij gedeelten tot dit „allerheilige”

106