is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1878, no 9, 1878 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VILLE-MEST.

Ons stuk van 4.50 HA., waarvan de helft als voormeld met 500 kil. mest was bemest, bragt op .... ƒ 1286.40 Het andere van 4.38.90 daarnaast . „ 884.80 Het eerste bragt dus meer op . . . f 401.60 De opbrengst per HA. was dus van: N°. 1 f 285.80 „ 2 . • . . . „ 200.50 Het gewas op de Yille’s-mest was buitengewoon lang, 1.80 tot 2 meters, en zwaar van stengel en van aren. Daar de haver nog niet gemaaid is, kan ik u de opbrengst nog niet opgeven, maar hoop dit later te doen. Dat goede Yille’s-mest zich goed betaalt, bewijst, dunkt mij, het bovenstaande, want trekt men van de ƒ 401.60 meerdere opbrengst de f 240 aan Yille’s-mest af, dan houden wij nog f 161 over bij het andere stuk of f 139 als men de 11 daaraan ontbrekende aren er bij telt, behalve de mestkracht voor volgende gewassen. De tarwe op Yille’s-mest gaf dit jaar ook weder uitstekende resultaten. De opbrengst daarvan kan ik u nog niet opgeven en hoop dat later te doen , als de oogst binnen is. Na groete t- t- Tiel, 15 Aug. 1878. VAN EVERDINGEN. VERMEERDERING YAN OPBRENGST TENGEVOLGE VAN DRAINEREN. Als doorgaand gevolg van het draineren, zegt de Hr. H. Preuber inde Thuringsche bladen voor den akkerbouw., doet zich overal, waar naar goede beginselen te werk gegaan werd, een verhoogde opbrengst van alle geteelde gewassen opmerken. Er bestaan voorbeelden, dat bij halmgewassen de vermeerdering van opbrengst 20 pCt. in stroo en 50 pCt. in het gewigt van het zaad bedroeg en dat hakvruchten in één jaar de kosten van het draineren dekten. Als voorbeeld, hoe de opbrengsten na het draineren toenemen, voert hij de tienjarige opbrengst van het riddergoed Kerschitten na het draineren aan, vergeleken met de tienjarige opbrengst voor dien tijd. Het goed omvat 1100 morgen stelselmatig gedraineerd bouwland. De kosten hebben bedragen 11,294 thaler. De gemiddelde tienjarige opbrengst voor het draineren 1851—1860 bedroeg in schepels: tarwe 847.4, rogge 1481.5, raapzaad 103.6, haver 157.6, erwten 494.4, wikken 103.1, aardappelen 827.3, bieten 450.5, wol 32 centenaars; na het draineren 1861 —1870: tarwe 1185.4, rogge 1829.5, raapzaad 270.4, haver 2072.8,

132