is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1879, no 2, 1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN ’t wild zaaiend zaaiwerktuig van OARRF.TÏ,

plaatst zijn; deze as kan meer of min verschoven worden, zoodat de lepels meer of minder zaad opnemen, naar gelang men ijler of dichter zaaien wil. Het inden bak aanwezige zaad komt inde verdeelers door middel van trechters, die allen tegelijk door middel van twee haken geregeld worden. Het door de verdeelers opgenomen zaad wordt in pijpen en van daar tusschen twee planken geworpen, die met spijkers bezet zijn en het zaad gelijkmatig over den grond verspreiden. De Heeren Grarrett vervaardigen deze werktuigen in drie grootten; de kleinste, die 2.50 M. breed is, kost 480 frs. (te Parijs hij den Hr. Th. Filter, 24, rue Alibert); de middelsoortige, 3 Meters breed, kost 510 frs.; terwijl de prijs van de grootste soort, 3.60 M. breed, 540 frs. kost. Men kan er niet aan denken om een zoo breed werktuig langs de wegen te vervoeren; maarde vervaardigers hebben daarin voorzien. Het zaaiwerktuig kan gemakkelijk uiteen genomen worden; de wielen worden bij elkander gebragt en de assen op elkander bevestigd, zooals fig. 2 aanwijst, de kist overlangs geplaatst en het zaaiwerktuig kan over alle wegen vervoerd worden. A. DÜBOIS. lETS OYEE MEST-GrIPS. Over ’t algemeen zijn gips en kalk in Nederland dure meststoffen, en daaraan schijnt het dan ook te moeten worden toegeschreven, dat het verbruik daarvan nog niet zoo groot en zoo algemeen verbreid is, als zij anders wel verdienen. Het ligt niet in mijne bedoeling, om op de belangrijkheid van deze hulpmeststolfen hier de aandacht te vestigen; ik veronderstel , dat die genoegzaam bekend is, en wil alleen in herinnering brengen, dat het kalken voor zware kleigronden zijn voornaamste beteekenis heeft als herfstbemesting, afwisselende met de gewone bemesting; voorts in ’t algemeen voor alle kalk-arme gronden; als bijmest voor chloorkaliumbemesting, en eindelijk voor het bereiden van compost; terwijl het gipsen voornamelijk bij bepaalde planten (weideplanten en leguminosen) geschiedt. Bovenal wordt het sterk aanbevolen voor gemengde gronden, die zich in goeden staat van verbouwing bevinden en vooral voor zavelgronden, bij welke beiden het gipsen echter in ’t voorjaar moet plaats hebben. Nog is het gips van groot bélang voor het verbeteren van stalmest, waarmede men het vermengt, ’t zij door strooien inde stallen, ’t zij door bestrooien van de mestvaalten.

18