is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1879, no 3, 1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INSECTENKUNDE IK HARE WAARDE VOOR DE PRAKTIJK.

gebleven, dan wel of zij ons ook aanwijzingen geeft, die den landman van dienst kunnen zijn, bij de bestrijding van zulk ongedierte; aanwijzingen, die hem de wapenen doen kennen, waarmede hij zulke vijanden moet tegemoet gaan. Immers als zij dat niet doet, dan moge zij als studie ook eene hooge waarde bezitten, van practisch nut is zij dan echter voor den landman niet, en wat hem betreft, kon zij dan ook evengoed niet bestaan. Wie is er echter, die dit inde volle beteekenis van het Woord, inden tijd, dien wij beleven, nog zou durven beweren ? Toch loopen de gevoelens over het practisch nut dezer wetenschap voor den landman, ook in onzen tijd, nog zeer uiteen, en zijn er, en daaronder mannen, die het toch niet aan een goed oordeel ontbreekt, die dit nut al tamelijk gering schatten en de entomologie beschouwen als eene zaak, die, om hare minder practische strekking, als ondervak bij de landbouwkunde slechts van ondergeschikt belang kan worden geacht. Of die meening nu echter juist zij , ziedaar, wat m.i. toch nog betwijfeld worden moet. Het komt er trouwens slechts op aan, welke eischen men hier aan de wetenschap stellen mag, die m.i. toch ook wel te hoog gesteld kunnen worden. Dat zij zeker niet voor elk voorkomend geval een bepaald recept leveren kan, dat ligt wel geheel inden aard der zaak en niets is zelfs natuurlijker, dan dat zij in menigte van gevallen ons verlegen laat staan. Maar treffen wij datzelfde verschijnsel ook niet in andere wetenschappen aan en moet ook de geneesheer niet dikwerf erkennen, dat de kunst te kort schiet ? Zal men nu echter, op grond daarvan, de geneeskunst als eene zaak beschouwen, die van practisch nut is ontbloot ? Inderdaad zal daaraan wel niemand denken. Maar indien dit zoo is, kan men dan ook wel aan de insectenkunde eene practische richting ontzeggen, omdat zij zeker in menigte van gevallen nog niet zulke aanwijzingen geeft, als de landman in het dagelijksch leven behoeft en derhalve niet aan alle die eischen voldoet, die wij haar gaarne zouden willen stellen. Hog eens, wij mogen met onze eischen niet te verre gaan en haar niet meer vragen, dan zij beantwoorden kan. En dat, wij mogen het met gerustheid zeggen, zal meer zijn, naarmate men met het onderzoek verder gaat en meer in bijzonderheden met het voorkomen en de levenswijze der verschillende insecten bekend wordt, zoomede met de gedaanteveranderingen, die zij ondergaan en met alles, wat verder met hun leven en hunne huishouding in verband staat. Want in dit alles moet toch de grondslag gevonden worden, waaruit men zijne meer practische gevolgtrekkingen heeft af te leiden. Het leven van het insect is toch in vele gevallen een leven

44