is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1879, no 12, 1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZDIV Ïl-T BNTOONSTELLINGEN.

dien heer wel dankbaar zijn voor zijn belangloos werk. De heer Jules van Hasselt te Kampen is zeker door zijn laatste artikel in het N. v.d. Dag van 23 Oct. 1.1. in dezen de tolk van velen inden lande geweest. Het zou mij echter leed doen, wanneer deze goede uitslag onze Regeering sterkte in haar stelsel van „laisser aller”, tot nu toe gevolgd. Ik betwijfel het zelfs of wij Nederlanders dezen triomf wel zouden hebben behaald, wanneer Denemarken ook ditmaal te Londen even energiek en goed ingericht ware opgetreden, als te Kilburn in Juli 1.1. het geval was. De derde prijs voor versche boter is nu wel toegewezen aan boter uit Sleeswijk, maar het eigenlijke Denemarken had ditmaal, naar ik meen, bijna geen boter ingezonden en zal dus tegenover Nederland nu wellicht kunnen volhouden, dat het te Londen niet met Nederland naar de prijzen medegedongen heeft. Hoewel Denemarken geen concurrentie behoeft te duchten, heeft het zeker gemeend, dat het na de glansrijke overwinning te Kilburn, ineen veel grooter strijdperk behaald, nu nog geene nieuwe uitgaven behoefde te doen voor eene inzending te Londen. Het kleine Denemarken had toch voor dien wedstrijd te Kilburn waarlijk aanzienlijke offers gebracht. Dit moge blijken uit het volgende: De vertegenwoordiger van den Deenschen landbouw, prof. Th. Segelcke, vertelde mij 5 Juli 1.1. te Kilburn, dat zijne Regeering 15,000 Deensche kronen (1 kroon ƒ 0.70 Nederlandsch) subsidie had toegestaan, om een gedeelte der aanzienlijke kosten, verbonden aan eene goede expositie der vier Deensche hoofdproducten, (boter, kaas, vee en gerst) te bestrijden. De landbouw-maatsohappijen in Denemarken zouden echter volgens zijne meening zeker nog evenveel geld er bij moeten leggen. Zij konden dit dan ook doen, daar zij gemiddeld 15 kronen contributie van hare leden heffen en toch duizenden leden tellen. Regeering, landbouw-maatschappijen en boterhandelaars waren allen evenzeer overtuigd geweest , dat er geene kosten mochten worden gespaard om Denemarken met eere op de groote Kilburn-tentoonstelling te vertegenwoordigen. Als een ander voorbeeld van de zorg van prof. Segelcke, herinner ik mij, dat ik, toen ik in het kantoortje van Denemarken een soort van dubbelen helm van vertind ijzer opmerkte en aan prof. Segelcke vroeg, waar die voor diende, het volgende antwoord bekwam: „Ik heb mij vooraf geïnformeerd bij de Metereological Society wat de gemiddelde temperatuur van Londen gedurende deze Julidagen is. Toen ik uit het antwoord opmaakte, dat die temperatuur te hoog was, om

218