is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1880, no 9, 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORSPELLINGEN ONTLEEND AAN DEN BAROMETER, DEN WIND EN DEN THERMOMETER.

De barometer is niet uitgedacht ora de veranderingen van het weder te voorspellen; hij was slechts bestemd om de zwaarte der lucht en dientengevolge de hoogten te meten. Hoe dit zij, het is gebruikelijk hem te raadplegen teneinde het toekomstige weder te leeren kennen en het kan nuttig zijnde uitkomsten der daaromtrent verkregen waarnemingen ter kennis onzer lezers te brengen. Inde eerste plaats is het van belang te weten, dat de barometer bloot staat zich te bedriegen en dat dit telkens geschiedt, indien er inde lucht twee windsfroomingen plaats hebben, eene inde hoogte en de andere dicht bij de aarde. Indien er derhalve bij voorbeeld twee winden heerschen, de een uit het noorden inde lagere streken des darapkrings, de andere uit het zuiden inde hoogere streken, dan zal de barometer zeer laag kunnen zijn, maar het zal niet regenen; indien daarentegen de zuidenwind inde lage gewesten heerscht en de noordenwind inde hooge gewesten, dan zal de barometer zeer hoog kunnen zijn en het zal te gelijkertijd kunnen regenen. Met uitzondering derhalve van dit geval, bedriegt de barometer niet, indien hij goed is en wij hebben er belang bij hem te raadplegen. Indien de wind noordelijk is en indien het zelfs regende, blijft de barometer toch hoog staan. Hij daalt doorgaans slechts indien de wind naar het zuiden loopt, tenware het bestaan van twee tegenovergestelde luchtstroomingen bestaan, waarover wrij later spreken zullen. Indien inden winter de wind uit het oosten of zuid-oosten waait, blijft de barometer doorgaans zeer hoog staan. En indien hij daarbij standvastig blijft en de wind niet verandert, mag men op een langdurige vorst rekenen. Indien de stormen uit het zuid-westen moeten losbarsten, dan is de barometer altijd laag en indien hij tot zijn laagste punt daalt, dan zal de orkaan met hevigheid losbarsten, vergezeld van overvloedigen en langdurigen regen. Indien de barometer gedurende een storm of zwaren regen rijst, dan zal er kalmte of mooi weer volgen. Indien bij mooi weer de barometer aanhoudend daalt, en het mooie weer toch schijnt te zullen voortduren, moet men zich daardoor niet laten misleiden ; het is zeer waarschijnlijk dat er veel regen zal vallen, of dat er een storm volgen zal, indien de wind uit het west-zuidwesten komt. Bij zeer heet weder kondigt het dalen van den barometer onweer aan, en indien deze daling sterk en snel is storm. Indien de wind inden winter uit het oosten waait en het vriest, dan voorspelt het dalen van den barometer bijkans altijd sneeuw. In tijd van storm en onweer verandert de barometer niet veel. Men moet dan op den wind letten. De ouweders komen bijkans altijd van den tegenovergestelde!! kant van den wind. En indien na deze onweders de wind niet van plaats veranderd, of indien hij veranderd zijnde er toe terugkeert dan is het vermoedelijk dat het fraaie weder zich herstellen zal. Maar indien de wind gedurende of na een onweder naar de westzijde waait en daar blijft

140