is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 3, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E. C. EN KL AAK.

rijpte in Enklaar’s brein bet plan om in activen dienst over te gaan, toen in 1835 op eens hem en zoo veel anderen verlofpas uitgereikt werd en de meeste vrijwilligers met ledige handen op de straat gezet werden. Goede raad was duur; op eene of andere wijze moest er wat verdiend worden om van te leven. Het lezen van Uilken’s Handboek en Serrnrier’s Boeren-Goudmijn bracht de gedachte op landbouw. Geluk was hier niet bij, evenmin verkreeg E. uitkomst vaneen half dozijn sollicitaties naar verschillende vacaturen, hoewel hij steeds zich beriep op de besluiten van Willem I ten faveure der vrijwilligers van 1830. Maar door bemiddeling van Generaal de Man en diens adjudant de Heer Keer, kwam E. tot 1839 in ’t genot van half traktement, terwijl hij zelf na lang zoeken naar passenden arbeid op’t idee kwam over landbouw te schrijven. Zoo ontstond het maandwerk de Vriend v.d. Landman dat 35 jaargangen zou beleven. „Hoe ik”, zegt Enklaar zelf, „met mijn toen nog hoogst gebrekkige „kennis en hulpmiddelen zoo iets heb durven ondernemen, erken ik „heden gaarne zelf niet te begrijpen, maar het gebeurde, en daar er „in dien tijd niéts van dien aard bestond, vond het moer bijval dan „ik had durven hopen en hoezeer op zich zelf weinig winstgevend , „verkreeg ik na veel getob van de regering eene toelage van ƒ 400 ~s’jaars uit het fonds van den Landbouw, terwijl zij tevens 35 exem„plaren ter verspreiding nam.” Het laat zich begrijpen dat dit stoute ondernemen niet geringe moeielijkheden meebracht. De kennis, die den landbouwer van nut kan zijn, werd in die dagen wel onderwezen aan de Hoógeschool, maar hoe? en de literatuur student had er zich nooit om bekommerd, evenmin als de latere wijnkooper. Als artillerie-officier kwam E. ’t eerst in aanraking met natuurkunde en zich daaraan aansluitende wetenschap, maar ook deze tezamen waren niet voldoende ora den redacteur vaneen landbouw-tijdschrift in staat te stellen tot het leveren van bruikbaren arbeid. Er moest dus gestudeerd worden, op ernstige wijze en in allerlei vakken. Zoo geschiedde het ook en ’t gevolg was dat het karakter van den Vriend v.d. L. aanhoudend verbeterde, allengs mannelijker werd en den schrijver beter loonde, tot dat later andere omstandigheden, daaronder ook concurrentie het voortzetten ónmogelijk maakte, Door den V.v. d. L. was E. intnssohen bekend geworden met Baron van Brakell yan den Eng en was hij meermalen dagen aaneen diens gast. Uit hunne gesprekken ontstond bij beiden de vaste overtuiging, dat niets wenschelijker zou zijn dan de oprichting eener landbouwschool. Na veel vergeefsche moeite om tot verwezenlijking van dien wensch een fonds bijeen te brengen, viel aan B". v. B. eene bouwplaats uit de nalatenschap van B“. Bentinck van Boekhorst te Zalk ten deel. Hierop nu werd eene woning voor Enklaar gebouwd, die hij in 1841 aanvaardde, met te geringe eigen middelen wel is waar, maar inde verwachting van flinke ondersteuning zoowel van de zijde van Bar. v. B. als vanwege den toenmaligen gouverneur van Overijsel I. H. graaf van Kechteren, die echter kort daarop werd Vervangen door zijn jongeren broeder J. D. graaf v. B. Deze wilde niets weten van toegezegde ondersteuning. Het eenmaal opgevatte en reeds in uitvoering zijnde plan kon iniussohen niet meer opgegeven worden. E. zelf stortte alles waar-3*

35