is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 7, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET LA.NDBOUWCONGKES.

markt, vooral in Engeland (geen al te vette varkens) zeer goed kan voldoen. De pogingen van het Bestuur der Twentsche landb.-mü. tot verbetering der genoemde veesoorten, reeds sedert eenige jaren volgehouden, hebben blijkbaar goede vruchten opgeleverd. Zeer fraai was ook de verzameling pluimvee. Het aanwezige melkvee was grootendeels van gemengde afkomst, waarschijnlijk ontstaan door kruising van de oorspronkelijk kleine ïwentsche koeien met grootere rassen van elders, vooral uit Gelderland en Friesland. Dele voorzitter van het Congres, de Heer J. P. Sprenger van Eijk, merkte in zijne keurige openingsrede omtrent de verbetering van het vee o. a. op, dat ook in Twente het gebruik van krachtvoeder (lijn- en raapkoeken, meel van granen enz.) aanmerkelijk toeneemt, welk krachtvoeder, evenals hulpmeststoffen, nieuw zaaizaad enz. op enkele plaatsen bij gemeenschappelijken aankoop in groote hoeveelheden, en daardoor tegen billijken prijs van uitmuntende kwaliteit aangekocht wordt. Belangwekkend was ook inde genoemde openingsrede het geschiedkundig overzicht, dat door den spreker gegeven werd, over de ontwikkeling van landbouw en industrie in Twente. Beide waren eeuwen lang hier bekend en onderling nauw verbonden door de kuituur van het vlas en de bewerking tot doek van de vlasvezel. Later, in onze eeuw, werd het vlas door het katoen vervangen, dat thans de grondstof oplevert voor eene industrie zoo bloeiend, als elders in Nederland zeer zeldzaam wordt aangetroffen. Bezit Twente zoo vervolgde de spreker dus veel waarop het roem kan dragen, men mag daarbij de schaduwzijden inden bestaanden toestand niet over het hoofd zien. Terwijl de fabrieksnijverheid, vooral sedert het gebruik maken van stoomkracht, met reuzenschreden is vooruitgegaan, wordt de landbouw nog te veel inde boeien van het verledene gekluisterd. Te uitgebreide roggeteelt vergeleken met den verbouw van voedergewassen, de groote uitgestrektheid der heidevelden hier en daar, die meer dan tot nog toe in bouwland of bosch behooren te veranderen, de gebrekkige waterafvoer op sommige plaatsen, ook de groote af keer van veel landbouwers van „het nieuwe” alleen omdat het nieuw is of schijnt, dit zijn alle zaken die dringend verbetering vereischen. De openingsrede waarmede de werkzaamheden van het Congres aangevangen werden, en dooreen zeer talrijk opgekomen publiek, en daaronder verscheidene landbouwers uit Twente zelf aangehoord, heeft ongetwijfeld bij velen een goeden indruk nagelaten. Omtrent de verdere werkzaamheden van het Congres zal in het volgende noramer van dit Maandblad het een en ander medegedeeld worden, v. P. EENIGE REGELEN BIJ HET GEBRUIK YAN ZEESLIJK EN KLEI. Onder de werkzaamheden van het Proefstation voor veenkuituur, nu vier jaar geleden te Bremen tot stand gebracht, behoort ook het onderzoek naar de beste wijze, waarop de bovengenoemde verbeteringsmiddelen van bouw- en weilanden behooren te worden gebezigd. Daar het gebruik o. a. van het Dollardslijk, alsmede het

112