is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 8, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERBETERING VAN DE VEEBOERDERIJ,

sleden houden inden regel uitmuntende melkkoeien en fokken weinig kalveren op. Gaat daar bijtijds kalveren koopen, laat de dieren een of twee dagen de eerste moedermelk gebruiken, en haal ze daarna op, niet met de vier beenen aan elkander gebonden, op een hosse-kar, of op de voorplecht vaneen trekschuit, maar laat vooraf een sterke mand maken, lang 1 ra., breed 0.7 m., hoog 0.8 meter, wikkelt het kalfin dekens, en zet het inde mand, met een deksel gesloten, zet de mand op den wagen of op de trekschuit, als deze niet te lang onder weg zullen zijn, en ge krijgt het kalf gezond en goed tehuis. Verkoopt men een slecht kalf voor f 1.50 en men koopt daar voor in plaats, een goed kalf voor ƒ 25, dan heeft men kans daar een goede koe van op te fokken; wordt een goed kalf goed opgevoed, dan is het op éénjarigen leeftijd, allicht ƒ 50 meer waard dan een slecht met evenveel zorg en kosten opgevoed dier, dus na aftrek van de f 25 + / 1.50, de waarde van het gekochte kalf, heeft men nog eene zuivere winst van f 23.50, en op twee- of driejarigen leeftijd zou het verschil in waarde, bij dezelfde voeding en met dezelfde kosten, wellicht f 100 a ƒ 150 bedragen. Om vaneen goed kalf, een goede koe te fokken, zijn voor alles twee dingen noodig. ïen eersten; Zonder eenige afwijking geregeld op tijd voederen (weteren). Driemaal daags steeds op hetzelfde uur van den dag; en ten tweede, goed en ruim voedsel, inde eerste zes weken eene geregeld toenemende hoeveelheid van hetzelfde voedsel, —de moedermelk onvervalscht, en begint het jonge dier trek te krijgen aan lang voeder, een weinig zuiver gras, géén klaver, of bij gebrek aan gras een weinig fijn hooi. Na dien tijd met verandering of bijvoeging van ander voedsel, en meer gras, steeds met opklimming van krachtvoeder; de verhouding van stikstof houd end tot stikstofvrij voeder moet normaal blijven, zoowat gelijk met de moedermelk, nagenoeg als 1 : 5. Als voorbeeld hoe men een kalf goed kan opvoeden laten wij hier een voedertafel volgen. Meer dan 25 jaren heb ik, nagenoeg, volgens deze tafel kalveren opgevoed en ik heb er mij steeds goed bij bevonden. De melk moet zoo uit de koe gemolken terstond warm aan het kalf gegeven worden, zonder bijvoeging van water. Is het kalf vier weken oud, dan kan men desverkiezende een liter zoetemelk onthouden , en daarvoor in plaats geven liter geroomde doch geen zure melk; de geroomde melk moet vooraf gekookt worden, wil men het kalf gezond houden, in geen geval ongekookte geroomde melk. Den eersten winter op stal moet het kalf gevoed worden met zuiver, goed krachtig hooi en stroo, een weinig hakvruchten en */a lijnkoek of 1 tot D/-2 kilogr. gekneusde haver per dag. Juist inde eerste twee jaar moet de koe gevormd worden, wordt daar niet voor gezorgd, dan bedriegt men zich zelf het meest, het is veel voordeeliger één goed als twee kalveren slecht op te voeden. „Niet het aantal dieren , maar hunne rijkelijke en gelijkmatige goede voedering, is de voorwaarde eener voordeelige veehouderij.’ (Dr. Julius Külm.)

121