is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 9, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANKONDIGING EN ALLERLEI.

bouwers, mist de Eegeering den onmisbaren steun bij het tot stand brengen van nuttige wetten ten dienste van den landbouw (1). Besprekingen en rapporten als de hier bedoelde werken zeer zeker hoogst heilzaam en verdienen meer algemeene navolging en vooral ook de hier gevolgde handelwijze, het stellen van vragen door het Hoofdbestuur en het behandelen van deze door verschillende onderafdeelingen, eene handelwijze, reeds lang bij de Maatschappij t. b. v. Nijverheid in practijk gebracht. Algemeene gedaohtenwisseling op de vergaderingen en naar aanleiding daarvan indruk uitgegeven rapporten, verspreiden meer kennis en wekken meer belangstelling, dan b.v. lange voordrachten, hoewel het ook niet te ontkennen valt, dat de ontwikkeling, noodig voor eene vruchtbare discussie en de lust daarvoor, in weinig streken van ons Vaderland op zulk een hoogeu trap staat als in Groningen. Ook de verslagen van de vergaderingen en werkzaamheden der verschillende afdeelingen, die een groot gedeelte van de „Handelingen” innemen en verder vaneen tiental hierboven nog niet genoemde rapporten en andere bijdragen leveren een duidelijk bewijs, dat de lof aan de Groningers hier toegebracht, niet overdreven is. He daarin behandelde onderwerpen zijn niet minder belangrijk dan de bovenbeschrevene. Wij hopen inde gelegenheid te zijn later het een en ander uit de „Handelingen” in dit Maandblad over te nemen. Be Secretaris van het Genootschap, de Heer Mr. J. A. beliegen te Groningen, eindigt het door hem afzonderlijk gedane verslag met den wensch „dat nog vele jaren eendrachtige en krachtige samenwerking „van de Afdeelingen en het Hoofdbestuur moge leiden tot verwezenlijking van het doel; bevordering van landbouw en nijverheid. Be „jeugdige plant worde een krachtige boom.” v. P. Hen verbeterde beestenwagen. Op de laatste Landbouw-Tentoonstelling te New-York was een beestenwagen, die de aandacht van alle veekoopers en spoorwegbeambten trok. Hij heeft de grootte vaneen gewonen waggon, maar is zoo ingericht, dat ieder beest een vak voor zich alleen heeft. Van de ruimte is zooveel partij getrokkendat er inden wagen 30 stuks vee geborgen kunnen_ worden, dat is vier meer dan ineen gewonen beestenwagen. Boor middel van eene machine, die aan het einde van don wagen werkt, wordt al het vee tegelijk, zoo dikwijls als het noodig is, van voeder en water voorzien; boven in den wagen is eene bergplaats voor het voeder. In zulk eenen wagen werd eene lading vee van Cincinnati naar New-York gebracht, zonder eene enkele maal uitgeladen te zijn, en bij de aankomst had het maar 23k percent aan gewicht verloren. _ Met de gewone beestenwagens moet het vee op den overtocht van Cincinnati driemaal uitgeladen en gevoederd worden, en verliest meestal acht a twaalf percent aan gewicht, behalve dat het bezeerd en beschadigd wordt door op elkaar gedrongen te staan. Be veekoopers verzekeren, dat de kwaliteit van het vleesch door het gebruik van eenen wagen als de beschrevene zou verbeteren, terwijl de handelaars en spoorwegmaatschappijen er kosten door zouden uitwinnen, —— zonder nog te spreken van de betere behandeling der dieren zelven. (N.. e.d. D.) (1) Dr. Stg. voegde bij de boven aangehaalde woorden nog bij: «maar staathuishoudkundige regeringsleden zijn nog raarder dan witte raven”!

147