is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1882, no 5, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

YEETOEDBKING.

kunnen wij op stal niet voederen. Hebben de veehouders op kleigrond veel voor bij de veehouders op zandgrond, in dit opzicht hebben de laatste voor bij de eerstgenoemde. Op zandgrond toch hebben de veehouders inden regel spurrie en knollen; spurrie bevat 80 en knollen 91 pCt. water; hier gaat de overgang dus geleidelijk, jammer dat hierbij dikwijls den middelweg uit het oog verloren wordt; is het spurriegewas goed, dan wordt het dikwijls overdreven door veel te veel aan de dieren te geven, min of meer zonder hooi er bij te voederen, hetwelk bepaald nadeelig is; veel beter zou het zijn, wat minder spui'rie en knollen en veel meer koolrapen en mangelwortelen te verbouwen. Het overgangsvoeder verdient dus vooral aanbeveling op kleigrond; daar toch wordt inden regel veel te weinig werk gemaakt van het verbouwen van behakte gewassen. Teneinde de overgang van gras op droog voeder geleidelijk te doen plaats hebben, zou ieder veehouder minstens 1000 a 1500 kilogr. koolrapen, mangelwortelen en gele wortelen noodig hebben; want als zoodanig heeft het overgangsvoeder eene betrekkelijke hooge waarde. Maar nu het krachtvoeder; dit is de spil waar alles op draait. Onderhoudsvoeder, hooi, stroo en een of ander toevoeder, zijn bij alle veehouders zoo wat bekende zaken, maar om door middel van krachtvoeder de veeboerdenj tot eene winstgevende tak van den landbouw te brengen, moet men een stap verder gaan dan de oude sleur ons gebracht hoeft, daarvoor is meer noodig dan oppervlakkige kennis van vee, daartoe moet men eenigermate met den leefregel der verschillende huisdieren bekend zijn. Derhalve lezen, denken, wegen, rekenen en handelen: zonder dat, gaande zaken den kreeftengang. Wij zullen dus moeten beginnen met te vragen, welke voedermiddelen zijnde beste, gezondste en goedkoopste voor melkkoeien, drachtig vee, mestvee en fokvee? Ten anderen hoe komt men het gemakkelijkste en om niet te dwalen het zekerste van den ouden sleurgang tot een goed beredeneerd voederplan? Doodeenvoudig, probeeren! Na meer dan veertig jaar volgens de oude sleur gevoederd te hebben, ben ik ongeveer 12 jaren geleden begonnen, door de wetenschap voorgelicht, naar vaste regelen te voederen, waarbij de hoeveelheid en soort van voedermiddelen worden gewogen en geregeld, overeenkomstig het doel der voeding; ontwikkeling van jong vee, melkafscheiding of vleesch- en vetvorming. Den overgang maakte ik zoo gemakkelijk mogelijk en zoo zeker dat ik geen gevaar konde loopen van te dwalen. Ik bleef volgens de oude gewoonte voederen, maar alle voedermiddelen werden gewogen en ineen voederboekje nauwkeurig opgeteekend. Eene bascule, waarop 250 kilo gewogen kan worden, één kiep voor hooi en stroo en 3 of 4 manden voor het wegen van behakte gewassen en hiermede was alles gereed. De kiep (zie de opzettelijk voor dit opstel gemaakte figuur) die ik voor het wegen van hooi en stroo gebruik, heeft veel overeen-

68