is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1882, no 5, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VKETOEDEEISO.

komst met een soortelijk gereedschap, op sommige plaatsen inde prov. Groningen in gebruik, doch iets langer en minder hoog. Lengte der draagstokken of bovenzoomen 3.25 M. „ van den romp van boven . . 2.55 „ „ „ „ bodem 1.60 , Breedte van boven 0.85 „ Bodemsbreedte . . 0.56 „ Diepte der kiep .... ... 0.60 „ De zoomen zijn schroten 14/a bij 4 duim Amsterdamsche maat, bodem 3U dm. hout, de geheele kiep weegt 33 kilogr.; aan de eene zijde is een los raampje van 3 latten breedte, hetwelk onder het "wegen wordt uitgenomen, zoodat als de kiep op de bascule staat, de draagstok of bovenzoom buiten den verticalen standaard boven de balans heengaat. De balans wordt in rust gezet en de kiep vol hooi gepakt en alzoo telkens 50 kilo’s gewogen; dit werk gaat zeer vlug van de hand. Yoor het wegen van mangelwortels of koolrapen wordt een mand gebruikt van pl. m. Va H. L. inhoud. Yan hooi en stroo wordt b. v. 400 a 500 kilo afgewogen, de tijd hoelang daarvan gevoederd, wordt aangeteekend; hiermede wordt 4 a 5 weken geregeld volgehouden en van tijd tot tijd het wegen herhaald. Men kan hierdoor spoedig weten, hoeveel iedere koe van de verschillende voedermiddelen dagelijks noodig heeft, en nu valt het Biet behulp van de voedertafels (zie Starings-almanak) gemakkelijk, de verhouding tusschen eiwit en koolhydraten en vet tot eiwit te berekenen. Mangelwortelen en koolrapen worden door elkander gewogen en vervoederd en de hoeveelheid geregeld naar den voorraad. Na gesneden te zijn worden zij vermengd met kaf of baksel, pl. m. in gelijke maatshoeveelheid, in tonnen of kisten gepakt en daaruit 3 maal daags gevoederd; het voor de koeien dragen geschiedt met bandjes van pl. m. Vs H.L. inhoud. Derhalve na gewogen te zijn wordt het voeder gemakshalve bij de maat toegediend. Evenzoo wordt gehandeld met krachtvoeder: granen, gebroken °f gemalen, worden per H.L. gewogen, daarna wordt de zak meel gemeten; hierdoor wordt het gewicht per liter bekend en het voederen kan zonder nadeel per maat geschieden, zoodat men niet 6lken dag behoeft te wegen. De moeite aan het wegen verbonden beteekent niets. Wanneer er eenmaal aan gewoon is, wordt ze zelfs onmerkbaar. Spoedig wordt het eene behoefte, althans vodr hem, die het met zijn 6lgen vee en beurs wel meent. En nu de hoeveelheid? Naar het mij voorkomt is de berekening van de hoeveelheid J°edsel naar het levend gewicht vooralsnog op de rechte plaats aan Proefstations, om er nog jaren lang een studiewerk van te maken, ch inde practijk in eenvoudige boerderijen niet alleen omslachtig onbruikbaar. Het groote, holledige, melkrijke Noordhollandsche en Priesehe Vee j heeft in evenredigheid van het levend gewicht veel meer

69