is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1882, no 8, 1882

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KULTUUK VAN GRASSEN VOOR ZAADWINNING.

bare zaden voortbrengen, dan moet het stuifmeel uit de meeldraden °p deze stempels terecht komen en eene soort van ontkieming ondergaan: door vereeniging van de kiembuisjes van het stuifmeel met bet eitje, in het vruchtbeginsel aanwezig, heeft de bevruchting Van het eitje plaats en ontstaat bij verdere ontwikkeling het zaad. Het eigenlijke zaadje is meestal met de blijvende kroonkafjes Vergroeid en vormt zoo een schijnvrucht, in het dagelijksch leven gewoonlijk zaad genoemd. Slechts van enkele grasachtige planten, zooals van de Rogge, Tarwe, Maïs, verder dikwijls bij het Amerikaansche Timotheezaad, treffen wij inden handel de zoogenaamde «Haakte” zaden aan. Omtrent de grasplant zelf nog het volgende. De Grassen vormen onder den grond een ivortelstok waaruit dikwijls een groot aantal nieuwe stengels te voorschijn komen, het zoogen. uitstoelen van Granen en Grassen. Jenssen telde bij de Kropaar 182, bij het Reukgras 274, bij het Honiggras 300 , bij Aira flexiiosa zelfs 372 bloeiende stengels °p een enkelen wortelstok, terwijl hij bij de éénjarige Duist (Alopeagrestis), het bekende lastige onkruid, 200 halmen aantrof. "ij sommige Grassen, zooals bij Kweek, ontstaan uit den wortelstok onderaardsche uitloopers of stolonen, die zich heinde en ver verbreiden en voortdurend nieuwe stengels te voorschijn brengen. Andere daarentegen doen de stengels dicht naast elkander aan een bos of „horst” inde hoogte schieten, zooals b. v. het Reukgras: neze Grassen vormen, onvermengd met andere soorten van Gras bitgezaaid, nimmer een dicht aaneengesloten zode. Dit is eender redenen waarom het bij het aanleggen van graslanden noodig is, het 2aad van verschillende grassoorten uitte zaaien. Bovendien hebben sommige Grassen veel meerde eigenschap om hunne halmen inde boogte te doen schieten (zoogen. bovengrassen) dan andere, die het i'bogen. ondergras vormen (1); de hoogste opbrengst wordt alleen b}j eene gepaste vereeniging van beide verkregen. Ook is de vorbnng van blad tegenover die van stengels zeer verschillend. De meeste onzer Grassen zijn overblijvend, d.i. zij duren 2 a 3 5 jaren, slechts enkele, zooals het eenjarig Beemdgras, sterven *fi6ds na het eerste jaar. Door het uitgevallen zaad blijven ook be eenjarige Grassen op eene plaats, waar eenmaal het zaad uit-Sestrooid is, in wezen. De meerjarige Grassen zijn meestal eerst *n het tweede jaar volkomen ontwikkeld en leveren dan en in het daaropvolgende jaar het meeste zaad. BIJDRAGE TOT DE KENNIS OMTRENT DE BEMESTING MET KALIZOÜTEN. DOOK Prof. Dr. A. MAYER (2). Tot slotsom van de mededeelingen omtrent eene reeks van bebiestingsproeven inde „Landwirthschaftliche Yersuchstationen’’ deelt (1) De onderscheiding der practijk in //boven” en //ondergrassen” is echter niet reng vol te houden, omdat standplaats, klimaat enz. op de bedoelde eigenschap ea grooten invloed uitoefenen. (2) Hoewel letterlijke vertalingen in dit Maandblad inden regel niet opge-

117