is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1883, no 6, 1883

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB LEIDING EN BEHANDELING ONZER WOUDBOOMEN.

de aandacht verdient, wat tot dusverre weinig besproken werd. Dat overigens hierbij ook het snoeien nog ter sprake zal komen, blijkt reeds uit het doel, dat men daarmede beoogt, dat imnters bestaat ineen zoodanig leiden van den groei, dat daardoor zooveel mogelijk elke misvorming van den boom voorkomen wordt, in diervoegen, dat hij tot een fraaien en waardigen stam opgroeien moet. Nu gelukt dit zeker bij den eenen boom beter dan bij den anderen, maar neemt dit niet weg, dat dit toch het streven moet zijn en wij met het snoeien een leiden van den boom in dien zin bedoelen. Toch bemerkt men wel, dat met zulk een snoeiende leiding van den boom nog niet is afgedaan, en dat tot deze ook de verdere doelmatige behandeling van het gewas behoort. Kortaf, een goed en doelmatig snoeien kan zeker tot eene behoorlijke leiding van den boom het zijne bijdragen, maar maakt ten slotte toch slechts een deel van deze uit, in zooverre gewis ook eene verdere goede behandeling daarmede gepaard moet gaan, zonder welke wij met al ons snoeien weinig zouden uitrichten. Die leiding nu, waarvan dus het snoeien slechts een onderdeel is, moet eigenlijk reeds zeer vroegtijdig beginnen. Men kent het spreekwoordelijk gezegde, dat men de jonge twijg buigen moet, omdat men het den ouderen tak niet meer kan, en dat gezegde, aan den boom ontleend, is allereerst in zijne volle beteekenis ook op hem van toepassing. Zooveel is zeker, dat de leiding van den boom dan ook reeds inde kweekerij beginnen moet en dat men veilig kan aannemen, dat van de kweeking en leiding daar ter plaatse reeds voor een groot deel de latere gróei van den boom en zijne toekomst afhankelijk is. Niet, dat men ook niet later nog den boom bederven kan. Integendeel gebeurt dat dikwijls, ook waar men het beste plantsoen heeft uitgeplant. Maar onmogelijk is het, een gebrekkig en misvormd plantsoen, dat als zoodanig inde kweekerij niet naar den eisch behandeld is, weder in een goed gewas te herscheppen. De waarheid is dan ook, dat de behandeling en leiding van het gewas inde kweekerij en de latere in het bosch gelijksoortig en in overeenstemming met elkander behooren te zijn, zoodat zij beiden op elkander sluiten en als het ware gezamenlijk een enkel doorloopend geheel vormen. Dat intusschen dit zoo gewichtig punt door velen al te dikwerf uit het oog wordt verloren, kan wel niet betwijfeld worden. Men plant zijne telgen uit, natuurlijk met het denkbeeld, om ze zoo te behandelen en op te leiden, als ons meest gepast toeschijnt, om ze tot een fraai en waardig geboomte te doen opgroeien. Maar men begint met voor zulke telgen stammen te gebruiken, die, reeds zooals zij daar geplant worden, gebrekkig en wanstaltig zijn en wel eenvoudig, omdat zij, door verkeerde leiding en behandeling inde kweekerij misvormd zijn, zij het dan ook op eene wijze, waardoor men zich niet altijd van de zaak klaar bewust is. Het valt trouwens te betwijfelen of wel velen eene heldere voorstelling zich maken van de natuurlijke proportien, die wij inden boom als de normale hebben te beschouwen en afwijkingen waarvan dus als abnormaal en alzoo ook als misvormingen zijn te achten. Toch zijn er zulke proportien, zulke verhoudingen tusschen stam en takken en wortels niet alleen, maar

82