is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1883, no 12, 1883

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB WAARDE TAS HET KEUKENZOUT VOOR HET VEE.

invloed van ongezond of minder geschikt voedsel, het werkt eenigermate als kruiderij en treedt daarom inde plaats van de talrijke „genotmiddelen” (b. v. koffie, thee, vleeschextract, specerijen) die bij het diëet der menschen zulk een belangrijke rol spelen. Het keukenzout versterkt, zooals reeds ter loops werd aangegeven, de stroomingen der verschillende vochten in het lichaam tengevolge van zijne physische werking en veroorzaakt daardoor een verhoogde levenswerkzaamheid, een vermeerderde stofwisseling. Voor den overgang van het zout uit het bloed inde urine is een bepaalde verdunning der vloeistof noodig; hiervan is een vermeerderd opnemen van water het gevolg (dorst), hetgeen bij het gebruik van droog voeder een nuttige uitwerking doet. De vermeerderde stofwisseling, dooreen matig gebruik van zout te weeg gebracht, doet niet alleen de vloeibare af- en uitscheidingen (b. v. van urine) toenemen maar wekt tevens de werkzaamheid der huid op, zoodat een en ander in hooge mate den welstand van het lichaam bevordert. Eindelijk neemt ook bij het matig gebruik van zout de eetlust toe, hetgeen vooral bij de vetmesting der dieren van belang is. Is dus het verstrekken vaneen matige hoeveelheid zout bij het voeder van zeer groot nut, men moet zich echter er voor wachten een bepaalde maat te overschrijden. Overmatig gebruikt, kan het zout zelfs als vergif werken. Bovendien heeft -het tengevolge, dat een te groote hoeveelheid water opgenomen wordt, waardoor niet alleen de sapstrooming en de omzetting van eiwitstoffen onnoodig vermeerdert maar tegelijkertijd een te groote hoeveelheid water door longen en huid verdampt en tengevolge daarvan meer koolhydraten van het voedsel noodeloos vernietigd wordt. Hevige aanvallen van ziekte, b. v. van doorloop, kunnen zich bij te sterke voedering met zout licht voordoen. Inde meeste gevallen is het daarom verkieselijk, temeer daar even als bij de menschen, ook bij de dieren het eene individu meer zout behoeft dan het andere, om de te gebruiken hoeveelheid aan het instinkt der dieren over te laten. Het best doet men om het zout op zulk een wijze ter beschikking van hen te stellen, dat het hun niet mogelijk is in korten tijd een groote hoeveelheid zout op te nemen on zij toch hun verlangen naar zout bevredigen kunnen. Dit geschiedt zoodanig, dat men groote stukken steenzout (ongelukkig bij ons nog niet vrij van belasting als „landbouwzout” verkrijgbaar Vert.) of goede zoutleksteenen tusschen iedere twee dieren (wanneer zij nl. vastgebonden staan) zóó legt, dat zij vast en tevens droog geplaatst, echter voor de dieren ten allen tijde gemakkelijk bereikbaar zijn. Zoutleksteenen zijn alleen dan aanbevelenswaardig wanneer zij een hoogen graad van vastheid bezitten, omdat de dieren anders er te groote stukken ineens af bijten en meer verorberen, dan voor hen dienstig is. Neemt men los zout (gedenatureerd of „landbouwzout”) dan dient men de zorgvuldig afgewogen porties en wel 30—50 gram dagelijks voor 1000 kgr. levend gewicht, met het korte voeder te vermengen. Ten slotte zij nog met een enkel woord gewezen op de uitkomsten van proefnemingen van don laatsten tijd. Daaruit is niet alleen op nieuw, het groote nut van het bij voederen van keukenzout gebleken,

180