is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 2, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eud. sack’s handzaaiwerktuig.

leverei 31105 akkerploegen en 5085 meerscharige, 660 aardappeldelf-, 292 beetworteldelf-, 824 ondergronds- en 864 aanaardploegen, 2655 zaai- on 609 schoffehverktuigen. Gemiddeld werken inde fabriek 870 arbeiders en zijn daaraan verbonden een 30-tal beambten. Sack, vroeger een praktisch landbouwer, richtte de fabriek in 1862 op. Arnhem, Jan. ’B4. LOUIS NAGEL & O. TIJDBESPARING, BIJZONDER VOOR DEN HOUTTELER, GELDBESPARING. dook R. W. BOER. Geen bedrijf, waarbij niet uit den aard der zaak de kwestie van het g’eld op den voorgrond treedt, in dier voegen, dat men, de kansen van winst en verlies berekenende, zich bij elke uitgaaf, die men doet, afvraagt, in hoeverre het uitgegeven geld goed besteed zal zijn en een genoegzaam voordeel aanbrengen kan. Die kansen van winst en verlies laten zich echter niet altijd even gemakkelijk berekenen. Dat bijvoorbeeld de berekening van den landbouwer betreffende de opbrengst van het een of ander gewas zeer licht door zoogenoemde toevallige omstandigheden falen kan, is genoeg bekend. Toch zal zijne schatting, bij een gewonen loop der dingen, bij de uitkomst doorgaans blijken, niet zooverre bezijden de waarheid te zijn geweest, want hij kent zijnen grond, kent zijne kracht en weet ook uit kortere of langere ervaring, hoeveel zijn bodem van dit of dat gewas vermag op te brengen. Hoeveel moeielijker is dit alles nu echter bij de houtteelt, bij welke de kenmerken, waarnaar men zich bij de keuze van het te verbouwen gewas, te richten heeft, zoo dikwerf veel minder voor de hand liggen en ook van zooveel minder bestemden aard zijn, zoodat men bij zijne berekeningen omtrent den vermoedelijken groei veel meer op gissingen moet afgaan en op waarschijnlijkheden, die zeer licht ons bedriegen kunnen. Echter is er meer, wat zulke berekeningen voor den landbouwer veel gemakkelijker maakt dan voor den houtteler. Beiden hebben namelijk te berekenen, wat en hoeveel op den grond dien zij bebouwen zullen, vermoedelijk groeien zal, maar daarmede is dan ook voor den eerstgenoemden de zaak afgedaan, terwijl daarentegen voor den houtteler bij zulke berekeningen nog een andere factor optreedt, daar hij ook met den tijd rekening moet houden. Uit dat oogpunt gezien is de schatting van den landbouwer dan ook zeer gemakkelijk, daar zij doorgaans slechts een enkel jaar behoeft te omvatten en hij met zekerheid den tijd weet, dat hij oogsten zal. Dit nu kan de houtteler daarentegen zoo weinig, dat hij bij zijne aanplantingen in menig geval op geene 10 of 15 ja zelfs op geene 20 en meer jaren na zeggen kan, wanneer de tijd van oogsten voor zijn gewas zal aangebroken zijn. En toch is dat voor hem geene onverschillige zaak, maar in vele gevallen eene levenskwestie, daar toch het uitgeschoten kapitaal telkenjare door de daarop verschijnende renten en renten op

18