is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 2, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INT. LANDBOUWTENTOONSTELLING 1884 TE AMSTERDAM.

plaats hebben met zaaiwerktuigen en daarbij beboerende schoffelmachines. Men ziet, er wordt door het Comité alle mogelijke moeite gedaan om de toevertrouwde taak naar behooren te vervullen. Moge de roepstem tot medewerking in alle opzichten evenzeer met goed gevolg bekroond worden. De hoog gespannen verwachtingen kunnen alleen door eendrachtige inspanning van alle krachten, vervulling erlangen. . vp NATUUR-WETENSCHAP. door J. Ign. DE BEUCKER te Antwerpen (1). Men hoort wel eens zeggen dat de beschrijving van eene plant, of vaneen dier, geene poezie kan bevatten, omdat zij niets dan feiten, zuiver waarheid en geene verbeelding voorstelt. Wij zijn vaneen geheel ander gevoelen doordrongen en overtuigd; wij meenen dat de beschrijving van levende schepsels niet anders zijn kan dan dichterlijk, omdat alle verschijnselen, werkverrichtingen en handelingen met eene bewonderensweerdige wijsheid in het leven worden vervuld. Zien wij alles niet samenwerken en ineengrijpen om aan eenen weloverlegden oorsprong, middel en doel getrouw te blijven? En klimt onze bewondering nog niet hooger als wij nadenken hoe onnoozel, onredohjk en dom, de wezens op zichzelven zijn, die zoo redelijk verstandig en geestig handelen, en die, zonder het te weten, allen te samen werken volgens een aan hen voorgelogd plan, waarin de volste wijsheid is opgevat, de harmonie, de dichterlijkheid is voorgesehreven? Zij handelen, die domme natuurwezens, en als wij ze goed en wel waarnemen, ontwaren wijde hoogste poezie der wereld, de hemelsche dichtkunst, welke Godin den tempel der schepping laat lezen. Maar geliefde lezer! hetgeen wij hier verder uit het boek der Natuur-Wetenschap neerschrijven, zal u misschien tegenvallen, wellicht zult gij er geen verheven poezie in ontmoeten, och! wijt het dan niet aan het beschreven onderwerp, waar stellig dichterlijke handelwijzen zijn ingeschapen, maar wijt het aan ’t onvolledig weten, aan de onkundige waarneming van den oppervlakkigen bespieder. De Jcleedermot. Welke huisvrouw, welke magazijnhouder, wolverwer of lakenfabrikant kent het gevreesde kleedermotje niet ? en wie weet niet dat er zoo veelvuldige soorten van motjes zijn, die allen op verschillende stoffen azen en leven? zooals; het gewone Kleedermotje; het Wollenveder motje; het Pelsmotje', het Tapijtmotje; het Graanmoije enz. die in kleederen, haar, wol, vederen, pelsen, tapijten, in granen enz. hunne verwoesting aanrichten en voortzetten; al deze diertjes, (1) Uit "Allemans Gerief”, een te Antwerpen uitgegeven kleinen volksalmanak.— Het bovenstaand, onderhoudend geschreven opstel van den begaafden leeraar, wiens boeiende voordrachten, voor eenige jaren overal in Nederland gehouden, hij velen nog in aangename herinnering zullen zijn, zal, ter afwisseling, zeker aan onze lezers genoegen verschaffen. De eigenaardige, Vlaarnseiie zegswijzen, van den vurigen ijveraar tegen de ifransche faal in Vlaanderen, zijn natuurlijk onveranderd.

28