is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 3, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KLEEDEKMOT.

gemaakt, van het roode laken weg, om het op een lapje geel laken te plaatsen, ten einde het alzoo des te beter te kunnen bespieden; maar nu zien wij dat het diertje niet alleen het kleedje verbreed, maar ook met de roode stof onder en boven verlengd heeft; nu is het een oprecht sierlijk rokje. Maar ik ben nu door nieuwsgierigheid geboeid, waar het rupsje bij de tweede lichaamsvergrooting zijn kleedje zal doorknippen? Het laat zich niet lang wachten, of onze nieuwsgierigheid wordt voldaan. Het diertje snijdt wederom in vier keeren zijn rokje door; het snijdt eerst boven, dan onder, de beide vierde deelen der lengte door, en later dan als deze alreeds ingemaasd zijn, de twee middendeelen; iets wat wij bij de eerste 'waarneming niet goed opgemerkt hadden en het knipt juist het midden der roode streep door. O! dit zal nu een echt hansworstenkleedje worden. Nu hier eene zuivere geele verbreeding, en aan beide uiteinden, insgelijks een geelen boord gesponnen. Het is oprecht lief om te zien. Alzoo ging het rupsje voort; en wij ook zetten het bij elke kleedvergrooting, op een anders gekleurd lapje laken. Eerst blauw, dan rood, geel, purper, wit, groen en grijs. En al die streepjes waren ten gevolge dier doorsnijding dubbel, en dus juist gelijk aan iedere zijde van’t lichaam, met voortgewerkte hoorden onder en boven; alleen het grijze bleef als ééne enkele streep op de borst vast, want het rupsje was volgroeid; het zal zijn kleedje nu niet meer moeten vergrooten. Eindelijk begint zijn lichaam in te krimpen, het trekt tezamen in het kokerachtig rokje, en het schijnt geheel te verlammen. Het zal zich gaan verpoppen. Waarlijk die groote akt van lichaamsverandering vangt aan; het rupsje neemt ook nog wijze voorzorgen voor zijne toekomst. Het is alsof het arme diertje alles weet van zijn toekomstig leven. En dit is nogtans ónmogelijk, want het heeft nooit de stem van zijnen almachtigen maker gehoord; het heeft nooit zijne voorzaten noch tijdgenoten hooren spreken van profeten, van wijsgeeren, of van goddelijke veropenbaring; het heeft noch predikatiën gehoord, noch boeken gelezen, noch het leven van zijnen evennaaste gezien en bestudeerd. Hoe kan dan dit onnoozel rupsje zonder verstand of gaven uitgerust, toch .te weten zijn gekomen wat zijne toekomst wezen zal? Neen, het kan volstrekt niet weten wat er gebeuren gaat; en toch handelt het wijs, omdat van (lods wijsheid heel de schepping doordrongen is. Want ziet, het diertje is nu bezig met zijn kleedje aan het benedeneinde dicht te weven, en aan hot boveneinde spint het lange haartjes, welke vooruitsteken, en met de puntjes elkander naderen en kruisen, maar welke ook, voor de minste drukking, langs binnen aangebracht, zich openzetton. (Vervolg en slot m n . 4.) KORTE MEDEDEELINGEN. Ter aankondiging in dank ontvangen: AanteeTcenloel voor Landbouwers en Veehouders in Nederland, door Ó'. Treurnietlandbouwer te Bleiswljk. Bekroond

45