is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 5, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN EN ANDER OVER DE DEENSCHE ZUIVELFABRIEKEN.

is. Men heeft daar dan ook reeds ervaringen opgedaan omtrent de meest doelmatige inrichting van dergelijke fabrieken die wij, hunne naburen, ons ten nutte kunnen maken. Men weet, er bestaan ook reeds enkele in ons Vaderland , maar onder de eigenlijke landbouwers, b, v. voor gezamenlijke rekening, zooals dit veelvuldig in Denemarken geschiedt, is bij ons nog slechts een enkel voorbeeld bekend, nl. de zuivelfabriek te Winschoten, die den 3en April jl. werd in werking gesteld (1). In ieder geval zal het zeker aan vele van onze lezers wel aangenaam zijn het een en ander omtrent de inrichting van zulk een Doensche zuivelfabriek en van de wijze hoe daar gewerkt wordt te vernemen. De uitgever van ons Maandblad verklaarde zich bereid tot het aankoopen van de beide figuren die hier ter verduidelijking zijn bijgevoegd; zij kwamen, met nog verscheidene andere van fabrieken op grooter schaal, oorspronkelijk voor in n°. 15 tot en met 18 van de te Berlijn uitkomende Deutsche Landw. Presse en werden op verzoek van het Duitsche Ministerie van Landbouw met de meeste bereidwilligheid bezorgd door de Deensche Regeering, zooals ons uiteen afzonderlijke correspondentie met den Redacteur der Presse blijkt. Ongelukkig kan deze laatste niet den juisten maatstaf opgeven volgens welke de figuren geteekend zijn, daar dit ook niet door het Deensche Ministerie geschied is. Uit de afmetingen van eene stoommachine, bij een andere figuur dan de onze in cijfers uitgedrukt, is na te gaan, dat de lengte van de hier afgebeelde fabriek, bestemd ter verwerking van de melk van 100 koeien, dat deze lengte ongeveer 16 en de breedte dus 8.5 Meter bedraagt. Fig- 2 geeft een afbeelding van de platte grond der bedoelde fabriek. Uit de daaronder geplaatste verklaring der cijfers blijkt, dat zooveel mogelijk partij van de betrekkelijk kleine ruimte getrokken is. De kaaskamer gedeeltelijk kelder, met de stellages om de kaas te laten rijpen, beslaat de geheele eene zijde van het gebouw en is daarvan zorgvuldig dooreen muur afgescheiden. Dit laatste is ook het geval met het lokaal van de aan de andere zijde geplaatste (1) Men schrijft hiervan aan de «Amsterdammer” Dagblad voor Nederland in het u°. van 8 April: «Vooral door de bemoeiingen van vele landbouwers in ’t Oldambt werd besloten tot oprichting vaneen zuivelfabriek te Winschoten tot den verkoop van melk, dito afgeroomde en gekamde, boter en kaas. Oorspronkelijk was het kapitaal daartoe benoodigd op / 30,000 gezet, maar toen er voor 100 aandeelen van ƒ 350 ingeschreven werd , besloot men ’t uitte breiden tot 25 mille. In dezen zachten winter en dit voorjaar werd begonnen met bouwen, werden de machines gesteld en donderdag 3 April de fabriek in werking gebracht. De fabriek betaalt door elkaar 5 cent per liter voor de melk, zooals ze van de koe komt; voor ’t transport wordt in overleg gezorgd en nu is ’t beweren van de meeste landbouwers, dat ze op welke wijze er ook mee gehandeld wordt, verkocht als boter of melk of als gekarnde melk, aan de varkens gevoerd, nooit 5 cent per liter er kunnen uithalen, en bereids hebben dan ook verschillende landbouwers veeschuren inde weiden tot berging van 20 a 25 stuks best melkvee. Het publiek geniet nu direct al de puike melk, niet die van Jan met den Jangen lepel, door de verkoopers geleverd voor 9 cent per liter,.en, door de fabriek gebracht op 7| cent, dooreen reeds gezet op 6 a 6-J- cents. Gekarnde melk wordt voor 3 en afgeroomde voor 34. cent verkocht.”

68