is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 9, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IK RUILING VAN GROEN VOEDER.

der handhaving van de bedoelde vrijheid in onze beschikkingen, waartoe het proces der inkuiling gelegenheid aanbiedt, eene vermeerdering van productie van meer dan 20 pCt. mogelijk? Streng genomen zou in vele gevallen nog minder voldoende zijn, daar toch ook bij het winnen van hooi een weinig verloren gaat. Natuurlijk laat deze vraag geen, geheel in het algemeen gedane beantwoording toe, daar zij in iedere plaats weder anders gesteld moet worden; ook kan men zich immers toestanden voorstellen, waarbij zij ontkennend moet beantwoord worden. Maar nemen wij een overzicht over vele toestanden, voornamelijk ook eener intensieve kuituur (waarbij eene kleine vermindering van de bruto-opbrengst op het eerste gezicht als het meest nadeelig zich voordoet) en zeer in het bijzonder van eene intensieve vleeschproduktie en zuivelbereiding, dan kan het ons niet ontgaan, dat wij van de genoemde vrije beschikking inde meeste gevallen het allerheilzaamste gebruik kunnen maken. Zeer in het bijzonder van mijn theoretisch standpunt uit (dat daarom nog geen onpraktisch behoeft te zijn) ben ik geneigd, om de stelling aan het hoofd van deze overwegingen te plaatsen: Diegene heeft het meeste vooruitzicht op de volle opbrengst van de door hem bebouwde grondvlakte, die daarvoor zorgt, dat deze laatste het geheele jaar door bedekt is met eene groene plantenmassa, die van het zonlicht partij trekt en inde tweede plaats ook den bodem beschaduwt. Trekken wij in onze verbeelding en met deze leidende gedachte over de door menschen bebouwde aarde, dan vinden wij hier, b.v. in Frankrijk en Zuid-Duitschland een klimaat, niet al te droog en toch warm, als geschapen voor de produktie van geweldige massa’s groene maïs. Nederland kan ik daarbij niet ineen adem noemen; want de opbrengsten zijn wel even groot of grooter, maar het gewas is veel armer aan voedingsstoffen; het zware vee van dit land, op de basis van het aanwezig zijn van overvloedig weidegras gefokt, kan, zonder veel bij voeder, niet met groene maïs en evenmin met ingezuurde maïs onderhouden worden. Waar daarentegen de Maïs een voedzaam voeder oplevert en het vee niet te veel verlangt, daar kan de geheele stalvoedering op ingekuilde maïs gebaseerd worden. Het ontbrekende wordt dooreen krachtvoedermiddel, het goedkoopst en het best in dat geval door palmpittenmeel, aangevuld. De maïs wordt in het begin van Mei gezaaid en in September geoogst. Yan September tot Mei staat dan de geheele veld vlakte ter beschikking voor Rogge, die eveneens in groenen toestand geoogst, ingekuild en geheel volgens behoefte uit de silo verbruikt wordt. Tusschen beide gewassen slechts een omscheuren van het stoppelland en in het voorjaar eene bemesting met den in ruime hoeveelheid gemaakten mest. Dat is in ruwe trekken eene schets van een bedrijf met zuivere, intensieve veevoedering, die geheel op zich zelf staan kan, en die toelaat om ruime hoeveelheden melk en vleesch op te leveren. Of zij echter voor Nederland doelmatig is, schijnt mij twijfelachtig; ter nauwernood is mij echter twijfelachtig, dat bijna ieder land mutatis mutandis zijn voordeel uit dezelfde idee putten kan. Dit voordeel zal b.v. voor den zandbodem, die tot nog toe voornamelijk

133