is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 9, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEN TWEEDE PROEFSTATION.

en vertrouwbare inlichtingen in te winnen, vóór hij de onzinnige beweringen van anderen, de „on dit’s” inde Courant publiceerde. Er zullen er zeker zijn geweest die hem toejuichten en den moed bewonderden waarmede hij zoo iets durfde te laten drukken, en daar kwade geruchten maar al te gereeden ingang vinden, zal het wantrouwen, dat nog steeds hier en daar bestaat, er zeker door zijn toegenomen. Was het de wantrouwende „men” te doen geweest om sommige ophelderingen te ontvangen (welke echter?) dan had toch een anderen en beteren weg ingeslagen kunnen en moeten worden, bv. een brief rechtstreeks aan den directeur van het Proefstation gezonden. Nu is „men” waarschijnlijk nog even wijs als te voren, eenvoudig omdat hetgeen men eigenlijk verlangde te weten niet duidelijk te kennen gegeven is en dus ook niet opgohelderd kon worden. Het hier medegedeelde feit is echter een bewijs temeer voor de wenschelijkheid van het bestaan van meer dan één Proefstation, en wel in streken waar daarvoor behoefte blijkt te bestaan en waar de bewoners zich gemakkelijk, zonder er een bepaalde reis voor te doen, met eigen oogen of met die van hunne buren van de werkzaamheid van hot Proefstation konden overtuigen. Was b.v. in Groningen zelf het Proefstation aanwezig geweest, hoogst waarschijnlijk zou de bedoelde ongegronde beschouwing, het mechanisch overschrijven van cijfers met de schijnvertooning vaneen onderzoek, geen ingang gevonden hebben. {Slot in het volgend Maandblad.) lETS OVER DE ROEST IN DE KALMOE WASSEN. In n°. 106 der Nieuwe Landb.-Courant komt een opstel voor over dit onderwerp, van de hand vaneen der Leeraren aan de Rijkslandbouwschool (onderteekend B. K.) waaraan de meeste der navolgende bijzonderheden ontleend zijn. Geheel ontbreken doet de Eoest, kenbaar aan het geelbruine op ijzerroest gelijkende poeder, dat men inden voorzomer op de nog groene bladen der Rogge en andere halmgew'assen waarneemt, zeker in geen enkel jaar. Gewoonlijk doet zij echter weinig of geen schade aan de gewassen, maar in dit jaar werd zij in verschillende streken van ons vaderland en daar buiten (o. a. inde Rijnprovinciën) in zulk eene groote hoeveelheid en daarbij niet alleen op de bladen maar ook op de kafblaadjes en vruchtbeginselen waargenomen, dat ongetwijfeld de graanopbrengst daardoor zeer benadeeld is geworden. Op sommige akkers was dit maar al te duidelijk te zien aan het korte stroo niet alleen maar ook aan de kleine en slecht gevulde aren. Yelen onzer lezers hebben dit waarschijnlijk ook wel opgemerkt. Des te erger is het kwaad, omdat, zooals ook reeds op blz. 127 van den vorigen jaargang van dit Maandblad is medegedeeld , nu ook het stroo voor veevoeder minder geschikt is, daar het voor het vee vergiftige eigenschappen bezit; in Groningen heeft men zelfs meermalen sterftegevallen bij paarden aan het gebruiken vandoor Roest aangetast roggestroo toegeschreven. Door den Heer B. K. wordt omtrent de ontwikkelingsgeschiedenis der Roest het navolgende medegedeeld.

138