is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 11, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDBOUW-TENTOONSTELLIXG TE AMSTERDAM.

stelling. Dit geschiedde reeds inde Algemeene Vergadering van genoemde Maatschappij, op 14 Mei 1881 te Arnhem gehouden, en sedert dien tijd is de Heer Sickesz onvermoeid voor de Tentoonstelling werkzaam geweest. Op zijn voorstel werden al aanstonds de overige Landbouwmaatschappijen uitgenoodigd tot gemeenschappelijk overleg. Het plan vond bijval, en door de Landbouwmaatschappijen uit Friesland, Gelderland, Utrecht, Noordbrabant, Zeeland, Groningen, Limburg, Drenthe en Twenthe, benevens door de Mi), van Nijverheid werden afgevaardigden benoemd, 28 ijverige voorstanders van den Vaderlandschen Landbouw, die de noodige samensprekingen zouden houden en maatregelen beramen, om het plan uitte werken en voor uitvoering vatbaar te maken. Werd de zaak dus al aanstonds met goed overleg en krachtig aangepakt, ook aan medewerking ontbrak het niet. Inden beginne langzaam, begon toch van lieverlede de stroom van geldelijke bijdragen, zoowel van particuliere personen als van landbouwvereenigingen (kleine zoowel als grootere) en gemeentebesturen sneller te vloeien. Vrij wat geld was er noodig wilde men kans van slagen hebben, en eene flnantieele speculatie mocht de Tentoonstelling in geen geval zijn! Welnu, de som die geacht werd noodig te zijn kwam bijeen, waartoe ook de Eegeering het hare deed en ook de leden van het Koninklijke Huis ruime bijdragen schonken. Yeel schrijverij en inspanning, heeft een en ander aan de mannen, die de leiding op zich namen gekost; ook finantieel zijn door hen zelve aanzienlijke offers gebracht; maarde zaakwas die offers waardig en zij werd met glans ten uitvoer gebracht. Het landbouwend publiek kreeg er hoe langer hoe meer vertrouwen in, toen het zag, dat niet alleen Z. M. de Koning en ’s Lands Eegeering maar ook alle bekende voorstanders van den Landbouw in alle deel en des Eijks, invloed en vermogen beschikbaar stelden ter bereiking van het doel. Tijdsomstandigheden, vooral de concurrentie van den Landbouw in andere Eijken, niet minder een ontwaakt eergevoel, werkten mede, zoodat ook tot het bijeen brengen van uitmuntende inzendingen alle krachten en, zooals de uitkomst getoond heeft, met goed gevolg werden ingespannen. De Nederlandsche Landbouw toonde dat zij nog altijd veel vermag; zij heeft echter tevens geleerd, uit sommige uitstekend goede voortbrengselen van het buitenland, dat voortdurende krachtsinspanning, vooral van nadenken noodig, en onvermoeid streven naar verbeteringen tegenwoordig meer dan ooit eene levenskwestie is. "Verschillende buitenlandsche Eegeeringen gaven blijken van vertrouwen en medewerking. Uit Groot-Brittannie en lerland, Frankrijk, Belgie, Luxemburg, Zweden en Noorwegen, Eusland, Portugal, Zwitserland, kwamen berichten van de samenstelling van Commissien uit aanzienlijke en kundige mannen bestaande; die uit Engeland bestond uit 48 en die uit Frankrijk uit 32 leden. Beide Eijken namen dan ook een aanzienlijk deel aan de inzendingen. "Voor iedere afdeeling van het pp te stellen Programma werd eene bepaalde Commissie benoemd, ook voor de leiding van bepaalde werkzaamheden, terwijl aan drie Heeren het bestuur werd opgedragen der Jury, uit 240 leden bestaande, deels uit het Buitenland,

167