is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1884, no 12, 1884

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LAND BOUW-TEN TOONSTELLID 6 ÏE AMSTERDAM.

aan, die volgens zijne ineening ter verbetering van onze paarden behoort te worden ingeslagen. In volgende opstellen zal wel gelegenheid zijn op dit belangrijke onderwerp terug te komen, te meer, daar ook de Minister van Oorlog voortdurend in het belang der Nederl. paardenteelt toont werkzaam te zijn, door den aankoop van paarden voor het leger in ons eigen Vaderland met kracht aan te moedigen en mogelijk te maken. Zooals aan de meesten onzer Lezers reeds bekend zal wezen, zijn door genoemden Minister reeds herhaaldelijk voorschriften en raadgevingen openbaar gemaakt ten behoeve van hen, die paarden voor het leger zouden willen verkoopen of fokken. Het is een gunstig teeken des tijds, dat ook van de zijde der Eegeering meer rechtstreeks het oog op de belangen van den Landbouw wordt geslagen. Ten slotte zij hier nog gevolg gegeven aan een wenk, inde Landbouw-Courant n°. 90, betreffende het tot nog toe niet melding maken van de onbetwistbare groote verdienste van het tijdens de Tentoonstelling onder Redactie van den Heer Dr. Mulder verschenen blad „Agricultura”. Vele daarin voorkomende bijdragen bezitten een groote en blijvende waarde. Het gewicht der gebeurtenis: eene eerste internationale landbouwtentoonstelling, deed velen, wiens woord gehoord mag worden, er toe besluiten, om hunne beschouwingen en opmerkingen aangaande den Nederl. landbouw openbaar te maken. Ook in verscheidene andere groote en kleine dagbladen kwamen belangrijke opstellen naar aanleiding van de Tentoonstelling voor (1). v. P, INVLOED VAN BENIGE YOEDERSTOFFEN OP DE GEAARDHEID VAN MELK EN BOTER. Dr. Fleischmann te Raden, de bekende autoriteit op het gebied der zuivelbereiding, heeft dein de praktijk vrij algemeen geldende gevoelens omtrent den invloed, door verschillende voederstoffen op melk en boter uitgeoefend, in zijn groot werk: „Das Molkereiwesen” opgeteekend. Hij doet dit echter onder voorbehoud dat, mogen de meeste ook al juist zijn, sommige toch nog nader door de ervaring bevestigd moeten worden. 1. Stroo. Van erwtenstroo wordt gezegd, dat hot nadeelig op (1) De ijver van den Hoofdredactenr der Landi.-Ct., tevens van Agricultura, in het opsporen van rooverij uit andere Waden gaat wel wat ver, door (eveneens in n°. 90 der Landb.-Ct.) aan onze Redactie een verwijt te maken aangaande het opnemen vaneen opstel in Maandblad n°. li van de melkinrichting te Hamburg, dat eene vertaling zoude zijn vaneen Duitsch opstel, oorspronkelijk in Agricultura verschenen. Het bedoelde stuk was ingezonden en de bewerker er van heeft naar mijn inzien met de bewerking ten behoeve van ons Maandblad, een uitmuntend werk verricht. Eene opmerking van onze Redactie, dat het stuk reeds in het Duitsch elders was verschenen, behoorde niet tot hare bevoegdheid, ook al ware bet aan ondergeteekende bekend geweest, dat in Agricultura het bedoelde stuk voorkwam. Bovendien is het bewuste stuk, zooals op blz. 162 duidelijk te lezen staat, ontleend aan de «Landw. ThierzucM”. Of heeft misschien dit blad ook uit Agricultura gekaapt? Het lid der Redactie, F. J. van PESCH.

183