is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 1, 1885

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IRRIGATIE MET RIVIERWATER.

mettertijd van den Beerschen overlaat, moet de voordeelen, die de overstroomingen werkelijk medebrengen niet doen ophouden, nu deze werken van den anderen kant aan de daardoor veroorzaakte rampen een einde zullen maken. Trouwens het Groot Waterschap tot verbetering van den waterstaatstoestand in N. O. Brabant heeft dit volkomen ingezien, en de vergaderde hoofdingelanden verkregen van de Eegeering de toezegging, dat drie ton gouds van de twintig millioen gulden, die het genoemde Waterschap zal bijdragen, besteed zullen worden voor bijzondere werken, onder toezicht van den Waterstaat door het Waterschap zelven uitte voeren. Door het bouwen van irrigatiesluizen op verschillende plaatsen inden Maasdijk zal dan het invloeien van irrigatiewater moeten geregeld worden. De heer C. toont met cijfers aan, dat de gelegenheid tot irrigatie hier bijzonder gunstig is, o. a. door de aanmerkelijke helling die het bed van Maas en Waal van Gennip tot Crevecoeur bezit. Behalve in Limburg is het vloeien van landerijen alleen inde provincie Overijsel en hier reeds sedert overoude tijden! in gebruik. De vloeiweiden van den Heer van Heek te Enschede, beschreven en met een kaartje voorzien in het Maandhl v.d. Ned. Landh. 1881, blz. 171, behooren thans tot de meest algemeen bekende. Jaren lang echter wisten slechts weinigen in Nederland van de natuurlijke vloeiweiden inde omstreken van Oldenzaal enz., niettegenstaande wijlen Dr. W. C. H. Staring daarop nu reeds 25 jaren geleden de aandacht vestigde. Op geestige wijze werd ook door hem in het onderhoudend geschreven „Voormaals en Thans” (1) inde beschrijving vaneen Amerikaanschen ideaalstaat, Maine, het voordeel aangetoond, dat men, vooral ook van het vette water der groote rivieren, zou kunnen trekken ter vruchtbaarmaking van landerijen. Eindelijk stalde ook de Nederl. Mij. t. b. v. Nijverheid voor eenige jaren een ernstige poging in het werk om ten minste te weten te komen, waar in ons land de gelegenheid voor zulk „vloeien” gunstig was. Ook deze poging leed schipbreuk vooral ten gevolge van de groote kosten, die door het op kaart brengen met daaraan verbonden nauwkeurige hoogtemetingen enz. zouden worden veroorzaakt. De irrigatie-werken der Beersche Maas, wanneer die eenmaal in het leven zullen zijn geroepen, kunnen daarom hoogst gewdchtige gevolgen hebben, als wmrdende een voorbeeld voor andere streken langs de rivieren in ons Vaderland, (Prov. Overijss. en Zw. Courant) KOK TE MEDEDEELINGEN. In dank ontvangen: 1) Afdruk vaneen opstel, door den Heer J. D. Kobus, Assistent aan het Eijksproefstation te Wageningen, geschreven voor de Landw. Jahrbücher, (loopende jaarg. bladz. 119 e.v. v.) over de Krachtvoedermiddelen en hunne vervalschingen, behelzende de uitkomsten van het onderzoek van voedermiddelen in het genoemde Proefstation. Een voortreffelijk werk is hiermede door den Heer K. verricht, niet het minst door de buitengewoon duide(l) Uitgegeven bij W. E. J. Tjeenk “Willink te Zwolle. (Red.)

12