is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 2, 1885 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEK TWEEDE PROEFSTATION.

Zulk een Proefstation is tevens een uitmuntende vraagbaak tot het verkrijgen van zoowel mondelinge als schriftelijke inlichtingen; ook hiervan wordt tegenwoordig reeds een ruim gebruik gemaakt, zooals uit de ontvangen en beantwoordde brieven aan het Proefstation blijkt. Verder kan nog gewezen worden op het doen van mededeelingen inde landbouwbladen (meestal door de gewone dagbladpers gaarne overgenomen), b.v. waarschuwingen tegen bedriegerijen, berichten naar aanleiding van gedane onderzoekingen ook van meer of minder wetenschappelijken aard enz. Ook het houden van voordrachten in het openbaar, wanneer die verlangd worden, behoort tot de zeker zeer nuttige werkzaamheden van het personeel dat aan de Proefstations werkzaam is. Trouwens omtrent het nuttige, men mag gerust zeggen het noodzakelijke van Landbouw-proefstations, daaromtrent is men het tegenwoordig wel vrij algemeen eens, en het is alleen nog maar de vraag, is er reeds voldoende aan de behoefte aan landbouw – onderzoekingen voldaan en zoo neen, hoe moet daarin voorzien worden ? De Direkteur van het Proefstation te Wageningen heeft onlangs hieromtrent, ineen belangrijk opstel in het tijdschrift de „Economist”, zijne beschouwingen medegedeeld en ten duidelijkste aangetoond, dat hulp van Staatswege tot verkrijging van meer Landbouwproefstations, zooals dat te Wageningen, hoogst wenschelijk is. Maar het begin moet zijn, dat van de zijde der belanghebbenden zelf, de landbouwers, die wenschelijkheid veel meer algemeen dan tot nog toe wordt ingezien en kenbaar gemaakt niet alleen, maar ook dat, op het voorbeeld van Groningen, tevens krachtige pogingen ter verkrijging van het gewenschte worden in het werk gesteld. KORTE iMEDEDEELINGEN. De Landbouw Proeftuin te Deventer tevens Proefstation voor het onderzoek van voor den landbouw benoodigde handelsartikelen, ging in 1884 voort met zijne proefnemingen op het veld, zooals uit het dezer dagen verschenen verslag van den Directeur dier Inrichting, de Heer S. van Lensen, blijkt. De lijst van zaden en aardappelen waarvan voor de leden van den Proeftuin monsters gratis en voor een ieder – voor zoolang de voorraad strekt ook grootere hoeveelheden tegen betaling verkrijgbaar zijn, is aan het Verslag toegevoegd. De weersgesteldheid in 1884, zoo lezen wij in dit Verslag, was ook voor de genomen proeven gunstig, zoodat er dan ook goede resultaten verkregen weerden, o. a. bij de steeds voortgezette bemestingsproeven. (De temperatuur van 80° C in Juli door den Directeur waargenomen bl. 4 is echter om van te smeiten! Waarschijnlijk heeft hier de zetter een kleine poets gespeeld en inde plaats van een F een C gezet!) Opnieuw was het de Compostmest van de Gemeente Deventer (een mengsel van straatvuil, beer enz.) die bij verscheidene gewassen uitmuntende uitkomsten gaf, maar ook de Ville-mest en het Chilisalpeter-Superphosphaat voldeden bij enkele proeven beter dan b.v. Stalmest of opgelost Beendermeel alléén. Eene vernieuwde aanbeveling dus voor den nog op lange na niet genoeg gewaar – deerden afval, het «onraad” der steden. Buitengewoon krachtig werkte weder het Koehaar, waarvoor één gulden de kruiwagen vol werd betaald, ook dat, hetgeen in 1883 voor een ander gewas tot bemesting diende en thans nawerkte ?ven als de stalmest. Wanneer van dat Koehaar eenigszins groote hoeveelheid inden handel verkrijgbaar is, zou het zeer wenschelijk zijn,, dat daarmede eens een proef in het, groot, door dezen of genen landbouwer werd genomen. Wat het opgelost Beenderenmeel aangaat, dit hield zijnen roem met glans staande bij een bemestingsproef

29