is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 5, 1885 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TUD- EN STRIJDVRAGEN OP HET GEBIED DER VEEFOKKERIJ.

het individu, van het dier op zich zelf welke ook zijne afkomst zij, om bepaalde, gewenschte eigenschappen op zijne nakomelingen te doen overgaan. Red.) „Het grondbeginsel der Constanz-theorie” liet alleen slechts de Massa- of de „Rassenpotenz” (het vermogen van het ras als een geheel beschouwd Red.) gelden, zij was het overwegende moment bij de beoordeeling van alle tot het ras behoorende individuen of afzonderlijke dieren: geheel in het algemeen beschouwd bezat ieder individu, tot een bepaald zuiver ras beboerende, evenveel waarde als een ander van hetzelfde ras! Teelt voor een bepaald doel („nach Leistung” staat er in het oorspronkelijke) kan slechts gebruik maken van Rassen, die uitmunten door het ontwikkeld vermogen om zich naar bestaande toestanden te voegen („entwickelte Anpassungsfahigkeit”) en die ook onder veranderde oeconomische toestanden hun productievermogen in zulk eene richting behouden, dat zij zich naar de doeleinden van den fokker schikken en krachtens hunne „flexibiliteit” (buigzaamheid, plooibaarheid) in lichaamsvormen en eigenschappen laten vervormen. In onze moderne kultuurstaten is het landbouwbedrijf niet constant, het stelt nu en dan andere eischen; dus mogen ook daartoe behoorende dierrassen dit niet zijn. Hoe minder vatbaar voor verandering en vervorming zij zijn, des te minder passen zulke onbuigzame typen voor onze doeleinden, en omgekeerd, hoe meer een ras het vermogen bezit om naar omstandigheden zich te wijzigen en te vervormen, d.i. hoe minder constant een ras is, èn hoe meer flexibiliteit het bezit, des temeer kans bestaat er, dat het in meer dan ééne richting voor de veredelde teelt („Hochzucht”) dienstbaar gemaakt kan worden. Dit zien wij o. a. in het Merinosohaap bewaarheid. De veefokkers zijn er op bewonderenswaardige wijze in geslaagd om het materiaal, dat hun in dit Ras werd aanboden, alsof het uitwas bestond, om te vormen. De leek, die alle afstammelingen beschouwt van het Merino-schaap, als daar zijnde Mektoraal, Electoraal-Uegretti, Negretti en de moderne Fransche Merino, eenvoudig wel Rambouillet genoemd, zal ze bezwaarlijk herkennen als oorspronkelijke rasgenooten, zoo weinig gelijken zij in gedaante en gewicht, in lichaamsvorm, in wolproductie en andere eigenschappen op elkander. „De plaats die het Merinoschaap inde landbouwwereld toekomt, heeft het, als Ras, te danken aan de geschiktheid tot omvorming, waarvan de fokker heeft weten gebruik te maken met erkenning van de macht van het individu (Individualpotenz) en met in toepassing brengen zy het dan ook onbewust van de grondgedachten van het Darwinisme door teeltkeus, ter bereiking van verschillende doeleinden.” (In het tweede gedeelte van zijn voordracht handelt Prof. Settegast hoofdzakelijk over het Merinoschaap; een geheel op zich zelf staand onderwerp, dat hier gevoegelijk achterwege kan blijven.) T. P. IN .B. Mochten er van de lezers van ons Maandblad zijn, die het een of ander omtrent het in bovenstaand opstel behandelde onderwerp in het midden wenschen te brengen en dit in ons Maandblad te doen, dan houdt de Red. zich vriéndelijk daarvoor aanbevolen. Daarvoor dienende opstellen of mededeelingen gelieve men in te zenden aan het adres van : F. J. van Pesch te Wageningen.

70