is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 5, 1885 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE MEDEDEELINGEN.

3. „Califoenische Ahorn (Acer californicum). Deze Ahorn overtreft in snellen groei wel alle bij ons bekende houtsoorten; zij groeit op alle soorten van grond, zelfs nog op hoog gelegen drogen zandbodem, beter echter op eenigermate vochtige standplaats en in veengrond. Een in 1867 inde kweekerij geplante eenjarige „aflegger”, die van onderen af vertakt is en zich in 5 stammen verdeeld heeft, bezit thans (April) op 1 meter hoogte een omvang van 56—75 centimeter. De hoogte is thans 15 meter, tegenover 12 meter hoogte en 51—54 cm. dikte in 1881. Een andere, in 1878 geplante driejarige stam heeft thans eene hoogte en een omvang der kroon van 8 meter bij een dikte van den stam van 64 cm. Te Berlijn is deze Ahorn volkomen tegen de winterkoude bestand, alsmede, ook in drogen zandgrond, tegen sterke zomerhitte. Zeer dankbaar door weligen groei zich betoonend op een vruchtbaren bodem, is zij ook voor minder vruchtbare grondsoorten, o. a. op vochtige heide aan te bevelen. Yoor lanen waar men spoedig en veel schaduw verlangt is zij bijzonder geschikt. Jong plantsoen is tegenwoordig reeds voor billijken prijs inden handel verkrijgbaar”. 4. „Kaukasische Yleugelnoot, (Pterocarya caucasica). Hoewel niet voor alle standplaatsen geschikt, gedijt zij toch overal goed waar de Walnootboom voort wil en is zelfs minder dan deze voor vorst gevoelig, terwijl zij aanmerkelijk sneller groeit. Zijnde stammen eenmaal 4 jaren oud, dan weerstaat deze Yleugelnoot beter dan menig andere als „hard” bekend staande houtsoort de vorst zoowel vroeg inden herfst en laat in het voorjaar als des winters. Vijfjarige stammen bezitten hier (inde kweekerij te Nixdorf) een omvang van den stam van 19 tot 20 cm. Bij de steeds stijgende prijzen van het noteboomenhout, verdient het aankweeken van deze snelgroeiende Yleugelnoot aanbeveling. Bovendien is het een ware prachtboom. De gevinde 40 tot 50 cm. lange bladeren bezitten een schoone glimmend-groene kleur, die aan en tusschen het donkere bruin der takken en knoppen een verrassend fraaien aanblik opleveren. Als sierboom in parken is zij dan ook uitmuntend geschikt.” Het valt niet te ontkennen, dat de beschrijving van beide bovengenoemde houtsoorten wel tot eene beproeving aanmoedigt. Waarschijnlijk zijn er ook wel bij Nederlandsche boomkweekers stammen van verkrijgbaar. N°. 3 zal zeker ook wel in het najaar geplant kunnen worden. ( Wordt vervolgd.) B. Allerlei. Inde thans verschenen "Mededeelingen en Berichten der Geldersche Mij. van Landbouw over 18S5, I, komt, onder meer belangrijke bijzonderheden, ook het Programma voor, van de op 39 en 30 Juni en 1 Juli a.s. te Wageningen te houden Tentoonstelling van Baarden, Ihmdvee, Schapen, Varkens, Pluimgedierte, Vruchten en Bloemen tijdens de 41» Algem. Vergadering der Geldersch-Overijselsche Maatschappij van Landbouw. Er zijn flinke prijzen uitgeloofd en door verscheidene Afdeelingsbesturen en bijzondere personen geldelijke bijdragen of medailles toegezegd. Daar ook de Vergaderingen zeer belangrijk beloven te zijn, is eendruk bezoek zoowel van niet-leden als van leden der Geld.-Overijs. Mij. te verwachten, waartoe

77