is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 6, 1885 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE MEDEDEEL! NGE N.

De vereeniging het Nederlandsch Rundvee-Stamboek heeft thans over geheel Nederland vertakkingen. Het ledental is in 1884 met 794 vermeerderd en thans gestegen tot 1296. Meer dan 3372 stuks vee werden in 1884 in het stamboek ingeschreven. Be ontvangsten beliepen ƒ 32000. de uitgaven ƒ 18000. Tot bestuurders zijn gekozen de hh. Vander Breggen te Waddinxveen en Scholten van Aschat te Boozendaal. Verschillende belangen betreffende den veestapel zijn besproken en gereglementeerd. Weerkundige waarnemingen, gedaan aan de Rijkslandbouwschool te Wageningen, van 15 April tot 14 Mei 1883, ’s morgens 8 uur.

Opmerkingen; Regen gezamenl. 12 mm , waarvan de helft op 22 en 23 April, hetgeen na de voorafgegane langdurige droogte van onberekenbaar groot nut was voor de gewassen. Bovendien volgden toen nog eenigc warme dagen, maar ongelukkig daalde de temperatuur daarna aanhoudend: van de laatste dagen van April tot halt Mei bijna 10° verschil De hevige nachtvorsten veroorzaakten veel nadeel, vooral aan de prachtig te veld staande aardappels. Zelfs de jonge loten van Esch en Eik hevrozen. Toevallig trof dit juist weder ongeveer op de drie dagen aan de heiligen Pancratius, Servatius en Bonifacius gewijd (12-14 Mei) en daarom de «drie strenge hoeren” genoemd. Algemeen werd het tot nog toe als een feit beschouwd, dat het juist op die dagen steeds zeer koud is. Het blijkt echter dat dit geen «feit” is! Prof. Buijs Ballot schrijft in het XHrechtsch Dagblad als volgt: «Wel is het waar, dat er verklaringen van het vermeende feit door verschillende geleerden gegeven zijn, maar het feit zelf is slechts vermeend. Het is niet waar. «Zoo znn bijv. uit de waarnemingen sedert 1848 voor Utrecht de gemiddelde temperaturen van 6 Mei 11*85; 7 Mei 11-76; 8 Mei 11*71; 9 Mei 11*88; 10 Mei 11-96; 11 Mei 12°90; 12 Mei 12°46; 13 Mei 12°52; 14 Mei 12°46; 15 Mei 12°94; zoodat men meer recht zóu hebben te zeggen, dat de 11= Mei een hoogere temperatuur heeft dan uit de beregelde toeneming der temperatuur zou volgen , dan dat die dag en de drie volgende een lagere temperatuur hebben gehad. Dergelijke ongelijkheden komen in elke maand voor, evenzeer in April en Juni. als in Mei. Men heeft de regelen der statistiek verkeerd toegepast en uitte weinig waarnemingen besloten. Een langere reeks van jaren, als bijv. ot. Petersburg en Kopenhagen, geeft die ongelijkheid niet meer. . «Alles is samengehracht ineen verhandeling, door mij ingezonden aan de Meteor. Society te Londen, welke in Eebruari gelezen is en inde tweede aflevering van dat tijdschrift in Juli gedrukt zal te vinden zijn.”

95