is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1885, no 7, 1885 [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KIPPENFOKKERIJ

stekende broedsters aanbevolen, als beste legsters komen inde eerste plaats in aanmerking de Italiaansche hoenders en de Hamburger pellen, terwijl onze hoerenkippen, waarvan in het algemeen zoo weinig notitie wordt genomen, als zoodanig ook genoemd mogen worden (1). Als winterlegsters zijnde Cochin-China’s aan te bevelen. Men kan echter door verwarming der hokken alle soorten van hoenders des winters aan den leg brengen. Welke hoenders de grootste eieren leggen kan ik moeilijk beslissen, omdat ik niet alleen van Italiaansche en Spaansche hoenders, van Dorcking’s en van meer andere rassen groote eieren heb gehad, maar vooral ook van basterdsoorten. Yoor volwassen hoenders is mij als hoofdvoedsel het best gebleken zware gerst (Chevallier) met tarwe vermengd; 1 kop tarwe op 4 kop gerst. Hennepzaad, waar menige liefhebbers mee dwepen, geef ik mijn kippen bijna nooit en wanneer zulks plaats heeft dan is het voor den legtijd. Maïs, dat als voedsel ook niet te verwerpen is, wordt door mij slechts des winters, wanneer de nachten lang zijn, tegen den avond toegediend. Ofschoon ik de goede hoedanigheid van haver als voedsel niet het minst in twijfel trek, heb ik evenwel daarmede mijn kippen nimmer gevoerd, evenmin met rogge, boonen en erwten. In Frankrijk, waar de hoenderteelt op een veel hoogeren trap van bloei staat dan in Nederland, is men meer voor boekweit als hoofdvoedsel. Ten bewijze welke hooge vlucht die landbouw-industrie in dat land genomen heeft is, dat het jaarlijks nagenoeg 40 mihoen hoenders oplevert, vertegenwoordigende gemiddeld tegen 2ha fr. berekend, de aanzienlijke som van 100 millioen francs. Het dierlijk voedsel, dat evenals het groenvoeder hoogst noodzakelijk is, kan den hoenders niet zonder nadeel worden onthouden, vooral gedurende den ruitijd, wanneer ze meer voedsel als anders noodig hebben; om de twee dagen gegeven acht ik echter voldoende. Gebrek aan dierlijk voedsel geeft den dieren aanleiding tot het eierpikken en vederplukken. Losloopende hoenders hebben geen groenvoer noodig. Wat de wijze van voedering betreft, waar naar mijn inzien geen vaste regel voor noodig is, laat ik aan de liefhebbers zelven over, daar men bij een nauwkeurige opmerking spoedig op de hoogte komt, hoe en wanneer de dieren moeten worden gevoerd. Alleen dient daarbij in het oog te worden gehouden, dat te veel of te weinig voedsel slecht is, dat leggende hoenders meer moeten hebben dan niet leggende, vette hennen slechte legsters en vette hanen slechte treders zijn! Men geve den dieren niet meer dan ze kunnen opeten en hoogstens drie maaltijden daags des morgens vroeg, des middags en tegen den avond. En welken vorm de drinkbakken hebben komt er weinig op aan, daar het voornaamste toch is, dat de dieren steeds van zuiver water zijn voorzien. Wil men verder zijn hoenders goed en gezond houden en van hen zooveel mogelijk voordeel trekken, dan moeten ze ook goed (1) Wij cursiveeren. Bed.

105