is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

halve zeker is. Wagner heeft inde laatste jaren zeer omvangrijke proeven over stikstofwerking verricht en daarbij ook eenige malen stalmest aangewend 1). Uiteen groot aantal proeven, genomen gedurende 6 jaren met verschillende gewassen (n.l. rogge, tarwe, wortels en haver) in kuipen, die van onderen open on tot den bovenkant inden grond weggegraven waren, leidt hij af, dat de stikstofwerking van stalmest zich verhoudt tot die van salpeter als 34:100 2). De kuipen waren met kleigrond gevuld. De nawerking werd niet voldoende nagegaan; immers de 5 eerste jaren werd telkens opnieuw bemest; alleen in het zesde jaar werd de nawerking bepaald. De haverplanten namen in dat jaar 2.4 gr. stikstof op, terwijl de haverplanten, die in het 4de proefjaar verbouwd werden, ineen versche bemesting 2.8 gr. opnamen; een verhouding dus van ongeveer 86 ; 100. Ook in het zevende jaar zouden zeker nawerking van de 5 bemestingen zijn geconstateerd geworden, wanneer hij de proeven had voortgezet. Wagner vond dus ongetwijfeld een te laag cijfer. Hij wijst er op, dat wortels veel beter den stalmest benutten dan graangewassen. Hij vierjarige potproeven in kleigrond werd door Wagner gemiddeld voor haver en wortels een stikstofwerking van den stalmest gevonden van 24 tegen salpeterstikstof 100. Op te merken valt, dat de cijfers der stikstofwerking in potten voor haver en wortels zeer uiteenliepen , zij waren resp. circa 8 en 36. Ook hier profiteerden wortels dus veel meer dan haver. De aanmerking, hierboven gemaakt omtrent het niet constateeren der nawerking, is ook voor de potproeven op zijn plaats. Men zal misschien geneigd zijn te denken dat de oogsten , welke bij de proeven in open kuipen door Wagner bij gebruik van stalmest verkregen werden, slecht waren. Dit was volstrekt niet altijd het geval. In sommige gevallen , nl. bij wortels , gaf stalmest hoogere opbrengsten dan chilisalpeter ; in enkele gevallen was het verschil zelfs zeer belangrijk , bijv. ruim 20 pet. Ineen jaar dat de haverplanten slechts circa 6 pet. van de stalmeststikstof opnamen, was desniettemin de korrelopbrengst grooter dan bij bemesting met circa 400 KG. chilisalpeter per HA., waarvan de planten iets minder dan 30 pet. opnamen. De schijnbare tegenspraak, hier bestaande, is aldus op te lossen. De hoeveelheid stikstof, aanwezig inden stalmest, was veel grooter dan die in het chilisalpeter, waarmede de parallelkuipen werden bemest. Het is nu duidelijk, dat, wanneer de hoeveelheid stikstof, aanwezig inden stalmest , driemaal zoo groot was als die in het chilisalpeter , bij een gelijke stikstofopname de werking van de chilisalpeterstikstof procentisch driemaal zoo groot was. Men moet wel altijd bij de vergelijking van resultaten van de stikstofwerking van stalmest met die van chilisalpeter bedenken , dat men in den vorm van stalmest inden regel minstens 100 KG. stikstof zal toedienen , doch in dien van chilisalpeter meestal niet meer dan 40 KG. Een andere reden , waarom de werking van stalmest gunstiger is dan uit de verhoudingsgetallen zoude kunnen worden afgeleid, is, dat bij bemesting met stalmest de planten inden regel meer economisch met de 1) Arbeiten D. Landw. Gres. Heft 80 (1903). 2) De bemesting werd in twee sterkten gegeven, n.l. circa 20.000 en circa 40.000 KQ-. per H.A. De procentische opname door de planten was bij beide dezelfde.

71