is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de omstandigheden, welke deze assimilatie bevorderen, en verder over de rol, welke de braak hierbij en bij andere micro-biologische processen speelt, enz. Hierbij wordt ook aan do mogelijkheid gedacht dat de nawerking van den stalmest een indirecte is en de werking der vrijlevende stikstofverzamelaars begunstigt.

Ten slotte zij hier nog gewezen op de gegevens omtrent de nawerking van stalmest welke het proefveld verschafte, dat sedert 1881 door den heer A. Gr. Mulder te Sappemeer op ouden veenkolonialen bodem wordt gehouden en waarvan de resultaten zoover ze de aardappelopbrengsten betreffen door mij werden bewerkt 1). Het proefveld bestaat uit twee helften, die elk in 12 peroeelen zijn verdeeld. Inden regel werden op de beide helften afwisselend aardappelen en een graangewas (rogge of haver) verbouwd ; zoodat in elk jaar aardappelen verbouwd werden. In 1879 was het veld voor het laatst bemest met stalmest, terwijl het in 1880 onbemest bleef. Uit de opbrengsten, inde jaren 1881 en 1882 verkregen van de perceeltjes, voortdurend alleen met phosphorzuur bemest en van die, steeds onbemest gebleven, blijkt dat de stalmest van 1879 nog duidelijk nawerkte. Inde latere jaren werd enkele malen van den gewonen regel, wat betreft de bemesting, afgeweken. Onderzoekt men wat uit de aardappelopbrengsten in die jaren omtrent de nawerking van stalmest is af te leiden, dan blijkt dat 60,000 Kg. stalmest in het eerste jaar van nawerking een zeer belangrijke verhooging van de opbrengst gaf, in het tweede jaar was de verhooging ook nog belangrijk, terwijl ze in het derde jaar van nawerking somtijds nog zeer duidelijk, in andere gevallen nog nauwelijks waarneembaar was. De verhoogingen van opbrengst, welke de stalmest in het jaar van aanwending gaf, waren somtijds slechts weinig grooter dan die, veroorzaakt door stalmest waarmede een jaar eerder bemest was. Tot besluit vatten wijde conclusiën omtrent de werking van stalmest kort samen. Stalmest vertoont niet die snelle en zekere werking, die vele kunstmeststoffen inden regel te zien geven. Hij komt wel tot werking, maar doet dat niet zelden traag. Zijn stikstof wordt inden loop der jaren wellicht voor het grootste deel door de planten opgenomen, maar inde eerste jaren slechts een betrekkelijk klein gedeelte. Den stalmest zou men kunnen beschouwen te staan tusschen de gewone meststoffen en de grondverbeteringsmiddelen. De wijze, waarop hij gebruikt wordt, dient met de gewijzigde omstandigheid in overeenstemming gebracht te worden. In het moderne intensieve bedrijf moet hij daarom dikwijls ondersteund worden. Om krachtige ontwikkeling der jonge planten te verkrijgen, zullen de snelwerkende kunstmeststoffen dikwijls moeten bijspringen, m. a. w. in vele gevallen zal het gewenscht zijn gelijktijdig met stalmest, in niet te groote hoeveelheid, te bemesten met de kunstmeststoffen, die volgens de ervaring op den betreffenden grond en voor het te verbouwen gewas noodig zijn. Over de meest rationeele wijze van aanvulling van den stalmest is nog veel te onderzoeken. Of de rol van den stalmest steeds geheel door de kunstmeststoffen kan worden overgenomen, d. w. z. of onder alle omstandigheden (dus voor alle gronden en gewassen) met kunstmeststoffen zonder stalmest hetzelfde 1) Landbouwkundig Tijdschrift YI ipB9B) blz. 287 en Journ. f. Landwirtschaft 1899, blz. 127.

84