is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bloeiwijze. Kleine trossen uit 8 a 4 bloemen bestaande. Bloemen. Yolkomen , twéésiachtig, kort, groen gesteeld. Kelk vergroeidbladig, van onderen buisvormig lichtgroen, van boven schijfvormig verbreed, stervormig, 4-lobbig, lobben uitwendig lichtgroen, inwendig geelachtig getint. Kroon losbladig, stervormig, 4—5-bladig, wit met roodpaars gekleurd. Meeldraden vele op het schijfvormig deel van den kelk ingeplant; helmdraad roodpaars, helmknop knopvormig, oranje. Stamper één ; vruchtbeginsel bovenstandig, onder het schijfvormig deel van den kelk gezeten, geelgroen ; stijl met weinig ontwikkelden stempel roodpaars. Vrucht. Besvrucht ongeveer eirond, lang pl. m. 5,5 cM. breed aan den voet 4 cM. Aan den voet bevindt zich een holte, bekleed door de 4 kelkslippen, ook is de stijl in het midden van de holte waarneembaar. Yruehtwand uitwendig bestaande uiteen dunne schil, wijnrood of wit met wijnroode strepen naar gelang der variëteit, vergroeid met den inwendigen vruchtwand, die vleezig, (ongeveer als onze appels en peren), wit, sappig en in geringe mate geurig is; hij vormt met

de schil het eetbare deel van de vrucht. Inwendig bevat de vrucht een holte met het zaad. Zaden. Yeelal één, soms 2 a 3 stuks, ook wel zaadloos. In geval één zaad tot ontwikkeling is gekomen, is dit bolrond circa 1x/2 cM. in doorsnede. Zaadhuid zwartbruin, dun ; zaadkern geelwit, zoo hard als een noot. Aanteekeningm. De vruchten van dezen boom zijn goed te nuttigen ; veel smaak bezitten zij echter niet. De boom wordt veelal door afleggers, op inlandsche wijze verkregen, voortgeteeld ; ook het zaad kan hiertoe gebezigd worden. Men treft hem aan op erven van Inlanders, hier en daar ook op die van Europeanen. De eigenaardige kroon, welke hij vormt, maakt het gemakkelijk hem te onderscheiden van andere Djamboesoorten. Hij groeit vooral inde laaglanden tot 2000 ll.voet boven den zeespiegel, maar komt ook hooger tot circa 3600 R.voet nog goed tot ontwikkeling. Een plantwijdte van 20 R. voet in het vierkant zal wel voldoende geacht kunnen worden. Hij bloeit gedurende de maanden April en Mei en ongeveer 6 maanden later, in October, November en December , geeft hij vrucht. Wanneer het rijp is, rammelt het zaad (de zaden) inde vrucht. Yan een geregelde eul-

160

Fig. I. Vrucht van den Djamboebol (Jambosa domestica) in lengte-doorsnede op ongeveer natuurlijke grootte. s schil; v vruchtvleesch; h holte ; 2 zaad; K holte met omgeslagen kelkranden. De vrucht vertoont aan den voet vier omgeslagen kelkranden; bij een lengtedoorsnede zou men dus feitelijk ter linker- en rechterzijde van deze holte een gehalveerden kel'krand aanschouwen, alsmede één heelen, welke naar ons toegekeerd en hier niet aangegeven is. Dit geldt ook voor fig. 3 en 4.