is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doelmatig. Als bewijs hiervoor diene dat de mest uit den onmiddellijk aan een kanaal opgetrokken koestal door luiken onmiddellijk ineen grooten schouw wordt geworpen, welke dus een verplaatsbare mesthoop is en waarmede het materiaal zonder overladen naar de verderaf gelegen akkers en weiden wordt gebracht. De grootvader van den tegenwoordigen eigenaar, een man met zeldzamen ondernemingsgeest, ondernam het graven van de Dedemsvaart (55 Km. lang en 30 Km. breed), een werk dat door de Regeering werd voltooid.

Het hier gefokte vee bezit zoowel melk- als vleeschvormen, is klein tot middelgroot, goed geproportioneerd en slacht zeer goed uit, terwijl de melkgeving voor Nederlandsche toestanden goed is. Gerust kan men zeggen, dat de regel: „het dier is een product van den bodem” nergens meer waar blijkt te zijn, dan in welke streek van Nederland ook, zoodat elkeen het fokmateriaal kan betrekken, ’t welk hij voor zijn land noodig heeft. Alle grondsoorten zijn daar vertegenwoordigd, en het komt er alleen op aan, dat men de verschillende fokgebieden en hunne producten kent. Gemest worden slechts de uitgerangeerde melkkoeien, en wel met zemelen, katoenzaadmeel, pulpe en melasse. De melk wordt op vette en halfvette kaas verwerkt. Onder het melkvee vonden wij beesten, die slechts 121 cM. schofthoogte hadden, terwijl de grootste 131 cM. hadden. Een 2-jarige roodbonte IJselstier was zeer goed: diep, breed en edel, had 133 cM. schofthoogte en was zeer harmonisch gebouwd. Ongeveer 30 1-jarige vaarzen waren in eenigszins achterlijken voedertoestand. Daarentegen zagen 35 drachtige vaarzen, die van Augustus tot November moesten kalven, er zeer goed uit. De inrichting der stallen wijkt geheel af van de overigens in Nederland gebruikelijke en komt meer overeen met onze „Ausmiststalle” (nitmeststallen); slechts vorderen zij meer ruimte. Zeer intressant was de ontginning van het volstrekt onvruchtbare, natte heideland. Eerst wordt dit drooggelegd, daarna afgebrand, geëgaliseerd, waarna er turf- en rundstalmest over wordt gereden. Reeds in het eerste jaar wordt het lichte jongvee er overgedreven, en na 5 jaren is het de prachtigste weide , vol met klaver , en dit geheel zonder dat er iets gezaaid is. De kosten van zulk eene ontginning komen op 15 Rbl. per Lijflandsche Lofst. Na de Rollecate begonnen wij onze laatste, maar zeer intressante excursie in het schoone Nederland, naar de lage landen langs den IJsel. In deze aan landschappelijk schoon en aan afwisseling rijkste streek van Nederland wordt een rund gefokt, ’t welk met het oog op onze toestanden van groot belang is, en waarschijnlijk gezonder constitutie heeft dan eenig ander in het geheele koninkrijk. Het is betrekkelijk klein : van 33 koeien, welke wi) maten, waren er slechts 2 met 132 cM. schofthoogte ; eene mat slechts 120 cM., de meesten tusschen de 125 en 127 cM. Maarde proporties zijn eenvoudig ideaal! De stand der beenen is onberispelijk, de borstkas tonvormig en diep, zij zijn breed inde schoft en in het kruis, dat geheel recht is, de rug is volmaakt recht, de flanken gevuld, en bij dit alles zijn zij toch fijn en edel. Het uier is goed ontwikkeld, evenals de melkaderen, maar ook de teekenen van geschiktheid voor vleesch- en vetproductie ontbreken niet. De gemiddelde melkproductie bedraagt van 3—4000 liter, bij een vetgehalte van 3.3 pet. Jammer, jammer! echter, dat het grootste gedeelte van dit ongeveer 3000 stuks tellend veeslag licht roodbont gekleurd is. Hoe fraai deze kleur ook is, het zoude voor ons bezwaarlijk wezen, haar constant

296