is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ontginningsplan en dein aansluiting daarmede opgemaakte, door „het Staatsboschbeheer goedgekeurde jaarlijksche werkplannen; b. „met de dagelijksche leiding van het werk te belasten personen, „die in overleg met dat beheer worden aangesteld en bezoldigd „(in den regel zal als eisch worden gesteld, dat deze personen „den cursus der Nederlandsche Heidemaatschappij te Utrecht heb„ben gevolgd); c. „geen veilingen te doen zonder goedvinden van dat beheer en „den kaal geslagen grond, zoo deze daartoe geschikt is, weder te „bebossehen op de aangegeven wijze; d. „o. q. ook de bestaande bosschen te stellen onder Staatstoezicht; e. „het voorschot op tijd terug te geven; f. „van de exploitatie eene afzonderlijke rekening te honden en „alle kosten te dragen, behalve die sub 5 bedoeld en die der „ Staatsbemoei ing. „In hoofdzaak komt de regeliug dus hierop neer, dat zoowel technische „als financieele hulp aan de gemeenten worden verschaft voor het be„bosschen van hare woeste gronden, waartegenover deze instellingen zich „verbinden, het werk voor eigen rekening en in eigen beheer, doch „onder Staatstoezicht uitte voeren. „Ik veroorloof mij het bovenstaande onder Uwe aandacht te brengen, „en houd mij gaarne aanbevolen, te worden in kennis gesteld met Uw „gevoelen omtrent het behandelde alsmede met de opmerkingen, welke „Uw college naar aanleiding van de ontworpen regeling heeft gemeend „te moeten maken. „Ik voeg hieraan nog toe, dat ook het bestuur der Nederlandsche „Heidemaatschappij door mij is verzocht, mij met zijne meening omtrent „het bovenstaande in kennis te stellen.” He Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, (get.) DE MAREZ OIJENS. Dezer dagen is nu het rapport betreffende deze zaak, van de Nederlandsche Heidemaatschappij aan de Regeering, gepubliceerd en daaraan is ook de tekst van het bovenstaande regeeringsvoorstel ontleend. Zooals te verwachten was, betuigt de Maatschappij hare warme instemming. Het rapport is, afgezien van de vele bijlagen, waarop het steunt, verdeeld in drie hoofdstukken. In hoofdstuk I wordt een beknopt overzicht gegeven van de wijze, waarop de Gemeenten in het bezit der ongecultiveerde gronden zijn gekomen ; en terwijl in hoofdstuk II de tegenwoordige toestand der Gemeentegronden wordt besproken, is hoofdstuk 111 gewijd aan „het Regeeringsvoorstel,” dat de volle sympathie wegdraagt. Niettemin worden eenige aanvullingen en wijzigingen genoemd, die het voorstel misschien nog meer aan het beoogde doel zullen doen beantwoorden. Het is hier niet de plaats om dit degelijk rapport verder geheel of gedeeltelijk over te nemen. Belangstellenden worden verwezen naar de Iste aflevering in 1905 van het tijdschrift van de Nederlandsche Heidemaatschappij. Moge hiermede de aandacht van de lezers van Cultura gevestigd worden op dit belangrijke regeeringsvoorstel.

301