is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen weer 2 a 3 maal gepatjold , om de onderaardsche i nmpipn on fo vopnio^iffon

>^z r's bÜna geen staat inde wereld , waar de veeteelt op zoo’n reusachtige schaal wordt gedreven als in Argentinië. Hoewel de landbouw inde Argentijnsche Republiek zich inde laatste jaren enorm ontwikkelt, blijft de veeteelt ongetwijfeld de belangrijkste en tevens de oudste industrie. Zij was reeds onder de Spaansche overheersching het eenige middel van bestaan, waarop de kolonisten zich met alle hun ten dienste staande middelen toelegden, daarin gesteund door do enorme natuurlijke weiden Don Pedro de Mendoza, die zich in het bijzonder voor het LaPlatagebied verdienstelijk maakte, importeerde in het jaar 1535 tal van hengsten en merriën , in 1550 eenige schapen en 19 jaren later enkele runderen. De schapenteelt nam spoedig een verbazende vlucht, hetgeen blijkt uit het feit, dat reeds in 1599 levende schapen en arrobas-wol van Buenos-Aires werden uitgevoerd. Inden loop der tijden degenereerde het Argentijnsche vee in sterke mate ; omdat er niet het minste werd gedaan om door kruising of door sorteering het ras te verbeteren. Thomas Halley had de ondervinding opgedaan, dat het hoog tijd werd in dezen toestand eene verandering te brengen ; zoodat hij in het belang der schapenteelt in 1813 de eerste merinos-schapen uit Europa liet komen. De President der Republiek, Don Bernardino Rivadayia , voerde voor hetzelfde doel in 1824 een honderd stuks merinos uit Spanje en 30 stuks Southdown uit Engeland in , hetgeen zeer veel tot de verbetering van het schapenras bijdroeg. Deze staatsman strekte zijn bemoeienis ook uit tot het inheerasche paardenras en liet, om dit te verbeteren, in 1825 eenige Fransche hengsten komen. Het oorspronkelijk Argentijnsch paard is een mager , over ’t algemeen slecht gebouwd dier, met een uiterst nerveus temperament. Het wordt op afgelegen estancias nog in menigte aangetroffen en vertoont overal enorme degeneratieve verschijnselen in liehaamsontwikkeling, bouw en karakter. Juan Milder bemoeide zich speciaal met het verbeteren van het in- I) Verzameld uit gegevens, bereidwillig verstrekt door het consulaat der Nederlanden te Buenos-Aires.