is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baltische provincies van Rusland , verder nog enkele naar het koninkrijk Polen. De prijzen zijn natuurlijk aan sterke schommeling onderhevig ; in 1903 was de minimumprijs 300 Mark, de maximumprijs 3105 M., het gemiddelde 610.38 M. en de totaalopbrengst van alle verkochte stieren 186.704 M. Yrouwelijke dieren (en hiervan slechts vaarzen) worden ook wel aangevoerd , maar slechts ineen gering aantal en de prijzen, er voor betaald , zijn gemiddeld 350—400 M.

De gewichtigste door de vereeniging genomen maatregel is echter zonder twijfel de bestrijding der tuberculose. Reeds in 1895 werd door de Oost-Pruisische Stamhoekvereeniging de invoering der inspuiting met tuberculine besproken. De vergadering nam echter eene afwijzende houding aan, daar destijds de wetenschappelijke bevindingen omtrent de werking der tuberculine nog onvolkomen waren. Ook bleef de vereeniging bij deze afwijzende houding volharden , toen reeds verschillende grondige, meest echte negatieve , uitkomsten waren verkregen , maar in 1899 liet zij zich bewegen het inspuiten met tuberculine verplichtend te stellen voor de op de aucties aangevoerde stieren. De ervaringen met het tuberculineeren gemaakt, veroorzaakten echter de tegenstrijdigste meeningen. Dit bracht de vereeniging er toe, de vraag omtrent den stand der kwestie van de bestrijding der tuberculose op hare jaarlijksche vergadering aan de orde te stellen. Ten behoeve hiervan bracht prof. Ostbrtag een referaat uit, waarin hij er op wees, dat de tuberculine wel groote waarde had als middel ter constateering van tuberculose in het dierlijk lichaam , maar dat zij niet geschikt was als practisch middel ter bestrijding, mede in verband met gemaakte fouten 1). Yerder zou uitschifting op grond van de tuheroulinatie ernstige storingen in het bedrijf 2) veroorzaken , welke te zwaar voor den landbouwer zouden zijn te dragen. Gevolg van deze voordracht was, dat op aanraden van prof. Ostbrtag het klinische onderzoek der veekudden werd ingevoerd, hetwelk tot op heden met zeer goed resultaat werd doorgezet. Men begon met een bekwamen, praktischen veearts als beambte van de vereeniging aan te stellen, die de kudden der leden op het aanwezig zijn van klinische tuberculose had te onderzoeken. Daar volgens het oordeel van dezen deskundige nog een microscopisch, resp. bacteriologisch onderzoek van de afscheidingsproducten (secreten) en weefsels der verdachte dieren in het laboratorium noodzakelijk was, om beslist tuberculose te kunnen constateeren , werd dadelijk mede een bacterioloog aangesteld en op dit oogenblik werken, behalve de chef van het laboratorium 3 veeartsen hij het stamboek, hetwelk 182 kudden telt, elk van ca. 100 stuks vee. Het behoeft wel niet te worden gezegd, dat de maatregel in het begin niet dadelijk in zijn geheelen omvang kon worden doorgevoerd , voorloopig liet men het aan de leden over , zich er aan te onderwerpen of niet, maarde meesten deden het onmiddellijk. Eerst toen men na D/a jaar zich had overtuigd van de doorvoerbaarheid en van de doelmatigheid van den maatregel , -werd deze voor alle leden verplichtend gesteld en zoo streng toegepast, dat tegenwoordig een lid, dat de voorschriften van den veearts niet nakomt of de tot vernietiging veroordeelde dieren niet laat slachten of verkoopt, zonder proces buiten de vereeniging wordt gesloten. De Staat betaalt geen schadevergoeding. De leden verplichten zich op eerewoord 1) „Weil es Fehlergebnisse mit sich brachte.” 2) „Wirthachaftliche Störungen.”

420