is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

school gaat, wordt stellig geplaatst op eene fabriek , terwijl zich aanbiedende krachten, die de school niet bezoeken of bezocht hebben , worde geweigerd. Degenen, die den geheelen cursus hebben doorloopen gaan dan de ambachtsavondschool bezoeken , waar zij speciaal onderricht ontvangen in scheikunde en aanverwante vakken ; zij zijnde toekomstige spinners, wevers, bleekers enz. Dit deze opleiding blijkt dus, hoeveel de fabrikanten doen „zur hebung” van het gehalte van het personeel ; hetgeen wel is waar invloed heeft op de verkregen wordende resultaten in °de fabriek , maar zij het dan ook dat aan deze regeling egoïsme ten grondslag ligt zeer zeker ook terugslaat op de bevolking zelve , die in niet geringe mate de vruchten plukt van hare hooge ontwikkeling. De werklieden, die de school hebben afgeloopen, worden „verdeeld over de fabrieken, met dien verstande, dat aan een fabriek met grooter personeel evenredig meer dergelijke krachten worden toegewezen dan aan een met minder. In ’t algemeen kan men zeggen, dat de Enschedesche fabrieksarbeider tot zijn 19de jaar schoolgaat. In verband met deze hoogontwikkelde geschiktheid zijnde loonen dan ook vrij hoog, vaneerend van 13 tot 20 gulden per week. De beginnelingen ontvangen, pas van de lagere school'dus, twee gulden per week, maar genieten daarbij het beschreven onderwijs ; in het eerste jaar , in verband met hun jeugdio'en leeftijd , zitten ze vrij lang op de banken , omdat hunne physieke o-esteldheid het lang werken inde fabrieken nog niet toestaat, maar in het tweede en derde jaar zijn er slechts 2 en éen schooluren per dagen stii«'en de loonen jaarlijks met een halven gulden per week. Is de ambachtsschool eenmaal bereikt, dan wordt overdag inde fabriek gewerkt en de avond op school doorgebracht; de avondambachtsschool wordt dooi 350 leerlingen bezocht. . , . , De rondgang door het gebouw bracht ons eerst meen lokaal, waar les werd gegeven inde leer der weverij. Hoogst belangwekkend is de inrichting der materialenboeken , welke ons getoond werden ; boeken die hetzelfde zijn voor den wever als het herbarium voor den botanicus. De leerlingen maken zelf deze boeken, die monsters bevatten van alle mogelijke dikten, kleuren en typen van draden, inde weverij voorkomende: mede stalen van stoffen, uit de draden geweven. Bij het geheele onderwijs geldt de regel, dat de leerlingen het theoretisch geleerde practisch moeten toepassen. Zoo ontwerpen zij teekenmgen (patronen) voor weefsels , brengen deze over op de getouwen en weven dan de ze t ontworpen patronen. Het weven geschiedt ineen lokaal, waar twaalf weefgetouwen staan, van de eenvoudigste tot de meer samengestelde, zoodat ieder leerling eerst werkt op den oertoestel om te eindigen aan de stoomweefgetouwen. , „ , On den eenvoudigsten weeftoestel kunnen met dan kruisweefsels worden vervaardigd. Men onderscheidt de ketting- of schering- en de mslagdraden; de eersten loopen inde lengte, de laatsten inde breedte. De eenvoudigste vorm van weefsel is die, waarin de mslagdraden beurtelings over en onder de opvolgende scheringdraden loopen, hetgeen bereikt wordt zelfs in het eenvoudigste weefgetouw, door de scheringdraden om don ander kunstmatig op te lichten en er telkens de spoel, die den inslagdraad bevat, door te schieten. Inden eenvoudigsten vorm van kruisweefsels zullen dus beurtelings (als de scheringsdraden genummerd zijn) de even en de oneven draden boven- of ondervlak vormen ledeie doorgeschoten inslagdraad wordt door de zg. lade ingeslagen ; de sche-

436