is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke aan voederverandering wordt onderworpen, eene tweede groep of controlegroep heeft, die steeds hetzelfde voer krijgt, dus hetzelfde als de eerste groep inde voor- en inde naperiode. Inde voorperiode, die hoofdzakelijk dient om uitte maken, welke dieren tot een zelfde groep zullen worden gebracht, krijgen alle koeien hetzelfde voer. Gewoonlijk gaat men twee voedermiddolen, b.v. groenvoer en een krachtvoedermiddel tegenover elkaar stellen ; in het voer van de voorperiode komen dan beide voedcrmiddelen voor. Inde eigenlijke proefperiode wordt dan b.v. bij de eerste groep het groenvoer vervangen door het krachtvoedermiddel, terwijl bij eene derde groep dit krachtvoeder door het groenvoer wordt vervangen. Bij hot groepensysteem zullen de individueele afwijkingen in elke groep op zichzelf dus worden geëffend tot eene geleidelijke lijn , terwijl eene controlegroep aanwezig is om schifting te maken tusschen den invloed van het voeder op de melkopbrengst en de nawerking van het voer, iets wat, zooals straks bij het periodesysteem reeds vermeld, één groep niet vermag. Uit het bovenstaande blijkt reeds, dat men bij het groepensysteem niet gebonden is aan een bepaald aantal groepen ; het systeem duidt meer op de wijze van werken. Het aantal groepen hangt geheel af van de vraag, die men zich ter oplossing voorlegt. Verder behoeft de controlegroep niet enkel tot controle te dienen , maar tevens kan, om bij bovengenoemd voorbeeld te blijven, door deze groep uitgemaakt worden of het misschien niet voordeeliger is, naast een zeker grond voeder groen- en krachtvoer gemengd te geven dan uitsluitend groenvoer of uitsluitend krachtvoer. Het is op laatstgenoemde wijze, dat de proefneming door de Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid is gehouden inden winter 1903/1904 en bij gevolg ook inden winter 1904/1905. Keuze der proefdieren. Evenals het vorige jaar stelden we ook nu weer drie groepen , elk vijf koeien tellende, naast elkaar. Van de 15 proefdieren werd een 6-tal direct door landbouwers voor de proef afgestaan, terwijl de overigen door de commissie werden aangekocht voor rekening van hen , die zich daarvoor hadden opgegeven. Het behoeft geen betoog, dat er bij den aankoop vooral op moest worden gelet, dat de dieren zooveel mogelijk in alle opzichten met elkaar overeenkwamen. Er werden slechts koeien gekocht, die bij den aanvang der proef 5—12 dagen geleden gekalfd hadden. Bovendien werd gelet op éénheid van ras en op een zooveel mogelijk gelijk levendgewicht; wel werd tevens gevraagd naar de melkopbrengst en naar eventueele cijfers aangaande het vetgehalte, maar hieromtrent konden geen vertrouwbare gegevens worden verstrekt. Het waren allen tweede- en derde-kalfskoeien; alleen koe no. 5 was eene z.g. overloopersvaars. Met uitzondering van de nos. 2 en 12, die behoorden tot het zwartbonte vee van het Oldambt, behoorden ze tot het Hunzingsveeras. Ze waren niet groot van stuk; verleden jaar bedroeg het gemiddeld levendgewicht 535 ILG. , dit jaar was het slechts 490 K.G. Den voorafgeganen drogen zomer in aanmerking genomen, kon men niet verwachten, dat deze pas gekalfde koeien in uitstekenden voedingstoestand zouden verkeeren ; toch was deze echter wel van dien aard, dat er bij voldoende voeding eene den dieren eigene hoeveelheid melk kon voortgebracht worden. Op den 9en November zonde proef aan vangen en op dien datum

544