is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den inde ingekuilde klaver. Evenals liet vorige jaar bestond deze uit eerste snede roode klaver. Ze was wel goed , maar volgens den heer Oosterhuis , beheerder der boerderij , toch niet van die beste kwaliteit als verleden jaar ; ze was vooral minder droog. En bij voedermiddelen, die voor ongeveer het 3/4 gedeelte uit water bestaan , heeft een verschil in vochtgehalte van enkele procenten natuurlijk een grooten invloed op de hoeveelheid voedende bestanddeelen per 100 KG. Uit de analyse bleek , dat het vochtgehalte nu 74.6 pet. was tegen ruim 69 pet. het vorige jaar; het ruw-eiwitgehalte bedroeg dit jaar slechts 8.7 pet. tegen 5.4-pot. den vorigen winter. Ka aftrek van 1.2 pet. amiden bleef er dus slechts 2.5 pot. eiwit over. Zooals gewoonlijk kwamen aan de kanten van den pershoop enkele gedeelten voor , welke van inferieure kwaliteit waren ; deze werden echter steeds weggeworpen. Tevens werd zorg gedragen, dat het groenvoer, voordat het inden stal kwam, uiteen gelijkmatig mengsel bestond. Wel werd de hoop steeds over de geheele breedte afgestoken, maar het leverde zooveel moeilijkheden op , om voor elke voedering ook steeds geheel van boven tot beneden te gaan, dat hiervan is afgezien. Wenschelijk was dit echter zeer zeker geweest, want het groenvoer is van verschillende samenstelling , al naarmate het genomen wordt uit de bovenste lagen, dan wel uit de onderste. Vooral bij het gehalte aan droge stof treedt het verschil op. Wel kregen de controlegroep en de groenvoedergroep steeds persvoeder van gelijke samenstelling , maar door het verschil in samenstelling van het voer van den eenen dag en dat van den volgenden trad er in elk geval eenige onregelmatigheid op inde voeding. Dit spiegelt zich ook af inde graphische voorstellingen, die n.l. de sterkste op- en neergaande bewegingen vertoonen bij die groepen, welke persvoer ontvingen. Het was vreemd , dat het eiwitgehalte van het hooi lager was dan het cijfer van ’t vorige jaar ; toen was het gewonnen inden natten zomer 1903, terwijl het nu niet met regenwater in aanraking was geweest. Het was gegroeid op zeer goeden zavelgrond en bevatte slechts de beste grassen; toch was het eiwitgehalte niet hooger dan 8.8 pet. Mogelijk zou dit ten deele kunnen verklaard worden uit de omstandigheid, dat het gras in 1903 in korten tijd zoo snel is opgeschoten , terwijl in 1904 in eene langere groeiperiode de ontwikkeling langzamer ging. Gerst, haver , boonen en gerstestroo waren alle van zeer goede kwaliteit. Evenals de krachtvoedermiddelen werden ook steeds het stroo, het hooi en de klaver gewogen, het stroo door terugweging. De gerst, de haver en de boonen werden in gebroken en drogen toestand gegeven ; hierbij werd er op gelet, dat niets weggeblazen werd. De stalinrichting was dezelfde als het vorige jaar. Eiken Woensdagvoormiddag om 10 uur werden de dieren gewogen, en daar het levendgewicht zeer wisselt met de grootere of geringere hoeveelheid opgenomen water, werd steeds met den emmer gedrenkt en gewogen hoeveel water op Dinsdagavond en Woensdagmorgen door de verschillende dieren was gedronken. Laten we , alvorens verder te gaan met de uitvoering van de proef, eerst nog eens nader stilstaan bij de hoeveelheid voer , welke werd verstrekt , want dit is een belangrijk punt bij deze proefneming. Maken we gebruik van de procentische verteerbaarheidscijfers uit de tabellen van Mentzel en vos Lengerke, met inachtneming van de kwaliteit van het betreffende voedermiddel, dan vinden we, dat aan de drie groepen is gegeven aan verteerbare stoffen per koe en per dag in KG.: 36

549