is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zeer gewichtige vraag is nu of de plant leven kan bij volkomen afwezigheid van koolzuur , haar protoplasma opbouwend uit de stikstofhoudende eiwitconstituenten welke aan den bodem zijn toegevoegd. Men weet nu dat als ontledingsproducten van eiwit in bepaalde hoeveelheden optreden lichamen als tyrosine , ureum , oxamide , glycocoll, leucine e.a. Deze lichamen geeft Lefèyee nu aan de plant als voedsel. Verwijdering van koolzuur wordt verkregen door de plantjes onder een klok te plaatsen , waaronder zich eveneens barietwater (groot oppervlak) bevindt ter absorptie van koolzuur , terwijl voor de ademhaling de noodige zuurstof toegevoerd wordt, nadat ze eerst belletje voor belletje door barietwater gestreken is. De grond bestaat uit fijn korrelig kiezelzand dat met zuren uitgewasschen en gegloeid is, terwijl er om er een behoorlijke consistentie aan te geven gesteriliseerd bladmos aan toegevoegd is , bovendien is hij gedrenkt mot water , kokend gedestilleerd , en volgens het voorschrift van Detmee van minerale voedingsbestanddeelen voorzien. Dit alles wordt in gesteriliseerde potten gedaan. Per 850 gr. droge grond geeft hij nu verder: tyrosine 0.1 gr.; glycocoll 0.4 gr. ; alanine 0.4 gr. ; oxamide 0.1 gr. ; leucine 0.1 gr. ; totaal dus 1.1 gr. Aangezien de zeer jonge planten 1) geen absoluut koolzuurvrrje atmosfeer verdragen kunnen, liet hij ze eerst gewoon inde lucht ontwikkelen en bracht ze toen ze ongeveer 3 cM. groot waren onder de klok. Zijne proefneming is nu als volgt: Pot A bevat 30 zaadjes in 350 gr. grond met amiden. Pot B eveneens, doch deze blijft steeds inde gewone atmosfeer ter vergelijking met A. Pot C ontvangt dezelfde grond- en amide-vulling echter zonder zaden en wordt tezelfder tijd als A onder de klok geplaatst in tegenwoordigheid van bariet, om te constateereu of er al of niet koolzuur ontwikkeld wordt. Pot D bekomt wel 30 korrels maar geen amiden en dient als tegenbewijs. Zij zijn alle geplaatst in intensief diffuus licht. Wanneer nu A zich behoorlijk ontwikkelt, C geen koolzuur ontwikkelt, zal bewezen zijn dat de voeding slechts door middel van den bodem heeft plaats gevonden. En wanneer D zonder groei sterft, is dit een bewijs dat de amiden de plant gevoed hebben. hladat de proef zes weken geduurd had, was het volgende resultaat bereikt: A sukkelde een heel klein beetje in ’t begin , ontwikkelde zich daarna goed en bereikte in dien tijd een hoogte van 18—20 cM., had 9 a 10 mooie blaadjes (toen zij onder de klok kwam slechts 4); sterke stengel en bladsteel , eeuige bloemknoppen. B groeide minder snel dan A , maar ontwikkelde zich normaal. C slechts den eersten dag werd het barietwater iets troebel door vorming van carbonaat; er werd dus geen koolzuur ontwikkeld. D weigerde te groeien (1 cM. in 10 dg.), verbleekte en ging dood. Lefèvee trekt dus hieruit de conclusie dat, mee amiden gevoed , de 1) Hij gebruikte als proefplant Lepidium sativum (tuinkers) e.a. met eveneens gunstig resultaat.

569