is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden is daarmede werkelijk eene proef genomen , die echter mislukt is. Waaraan dat échec waste wijten, ben ik niet te weten kunnen komen, mogelijk aan de slechte samenstelling van het product, mogeljjk aan den onwil der buitenlandsche afnemers , wien het wel waarschijnlijk voordeeliger is de peulen zelf te verwerken. Dit laatste komt mij zeer aannemelijk voor. Eender curagaosche kooplieden gaf mij inzage van een brief vaneen handelsvriend uit Engeland, waarin het fabriceeren der looistof op Curagao werd ontraden, omdat het te veel zoudè kosten, ook omdat het een zeer kostbaar scheikundig onderzoek noodzakelijk zoude maken. De brief bevatte ook een antwoord op een verzoek, verschillende monsters divi daar (in Engeland) te doen onderzoeken. Men wilde daar in Engeland niet aan , omdat divi divi niet naar gehalte maar naar het voorkomen werd beoordeeld. Deze geheele brief gaf mij den indruk, alsof de schrijver zelf de zaak liever liet, zooals zij was en nog is. En op Curagao legt men zich bij dezen wensch neer. Toch zoude het zeker de moeite waard zijn, deze kwestie nauwkeurig te onderzoeken. Als zeker mag echter wel worden aangenomen, dat, zoodra er uitzicht komt, dat de opbrengst van het artikel b.v. het dubbele van de tegenwoordige zal worden, ook de koopmanplantagebezitter zich zal gaan afvrageu of het niet beter is, zelf het product te verwerken, al moet hij daardoor zijn buitenlandschen afnemer ook

mishagen. Zoolang samenwerking op landbouwgebied nog een vrome wensch is, behoeft aan onderlinge hulp verschaffing door het oprichten eener coöperatieve landbouwbank inden een of anderen vorm, zij het ook met gouvernementshulp, niet te worden gedacht, en ’t allerlaatst komt het mij wenschelijk voor, dat de stichting eener dergelijke instelling van het gouvernement zelf uitgaat. Daartoe zoude een zekere dwang door het gouvernement moeten worden uitgeoefend, zij het ook slechts een moreele, die, zoo geen openlijken, dan zeker heimelijken tegenstand zoude uitlokken en daardoor eene kostbare mislukking waarschijnlijk maken. Zulk eene mislukking zoude daarbij in hare gevolgen heilloos werken, doordat zij het bestaande pessimisme nog zoude versterken, iets, waarvoor, zooals ik vroeger reeds aanwees, men zich ten zeerste zal dienen te hoeden. Onmondige negers kunnen tot hun eigen bestwil met zekeren dwang inde goede richting worden geleid, beschaafde, ontwikkelde blanken late men liever zelf hunne fouten oorrigeeren en hun eigen weg zoeken. Ten hunnen behoeve beperke zich het gouvernement tot het doen verstrekken van welwillende hulp. De oprichting eener landbouwbank voor de grootgrondbezitters moet voortkomen uit dein eigen boezem gevoelde behoefte daaraan, en deze behoefte zal vanzelf komen, wanneer het geloof in verbetering der toestanden tot de massa der plantageëigenaren doordringt. In deze en dergelijke kwestiën kan de Maatschappij van Landbouw veel goed doen. Tot nog toe is van dit lichaam niet veel kracht uitgegaan. Men mag het daarvan echter geen verwijt maken, daar het zich vooralsnog geen vast, goed omlijnd doel heeft voor oogen kunnen stellen, afgezien van het feit, dat het bestuur is voortgekomen uiteen in zichzelf verdeelde groep. Maar waar de Maatschappij eenmaal bestaat, kan zij zich ontwikkelen en worden, wat zij moet wezen, het vereenigingspunt en de spreekbuis der plantageëigenaren, en vanuit haar midden kan dan ook, als de tijd daar is, de wensch tot oprichting eener gemeenschappelijke landbouwbank uitgaan.

600