is toegevoegd aan uw favorieten.

Cultura; uitgave van de Vereeniging van Oudleerlingen der Rijkslandbouwschool, jrg 17, 1905, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steenen, vodden, enz. ’t gebruik niet aangenamer maken. Eene waarschuwing in dezen mag op blz. 100 niet achterwege blijven.

De meening op blz. 106, dat groote perceelen zijn af te keuren, is in strijd met die van vele practisohe landbouwers. In vele streken, o. a. Oost-Friesland, laat men bij voorkeur het melkvee steeds zooveel mogelijk bet geheele land overloopen om zoo het verweiden te voorkomen. Op blz. 107 kan vermeld worden, dat men het ontstaan van z.g.n. „kale paardenlappen” kan voorkomen door die plaatsen dunnetjes met stalmest te bemesten. De gekleurde platen zijn over ’t geheel wat teekening aangaat zeer goed; de kleuren zijn echter niet alle even goed getroffen. Vooral ’t paars en ’t rood zijn dikwijls te veel overheerschend. Zooals reeds gezegd, wij geven deze opmerkingen enkel en uitsluitend opdat schrijver en lezer er misschien hun voordeel mee kunnen doen. De algemeene indruk van het werkje is beslist zeer gunstig en we wenschen het in veler handen. M. Kennis van den grond, door C. Nobel, Bijkslandbouwleeraar voor Noord-Holland en Directeur der Bijkslandbouwwinterschool te Schagen. Uitgave van P. Trapman te Behagen. Op dit werkje, reeds geruimen tijd geleden verschenen, meenen we thans met het oog op den tijd van het jaar nog de aandacht te moeten vestigen. In acht hoofdstukken behandelt de schrijver daarin achtereenvolgens : het verweeren van gesteenten en verplaatsen van de verweeringsproducten; den bodem van Veder land ; den grond als woonplaats voor de gewassen ; het klimaat van Nederland ; de scheikundige samenstelling van den grond; de scheikundige verschijnselen inden grond, waaronder : de omzetting van plantenresten en humusstoffen, het absorptievermogen van den grond, de nitrifioatie, de denitrificatie en andere verschijnselen, o. a. de werking van zuurstof op ijzeroxyduleverbindingen en van humuszuren op de bodembestanddeelen ; grondonderzoek en ontwatering als besluit. In zijn voorbericht deelt de schrijver mede, dat het ontbreken van geschikte leerboekjes in verschillende practisohe landbouwvakken voor het onderwijs aan landbouwscholen en wintercursussen de drijfveer is geweest, die hem tot de uitgave van het werkje heeft gebracht. Hij heeft daarmede een goed en prijzenswaardig werk gedaan. De stof is met kennis van zaken behandeld en het werkje maakt daardoor bij het lezen den indruk van degelijkheid. Tegen den inbond hebben we dan ook geen ernstige bezwaren. De wijze van behandeling had in sommige onderdeelen misschien wat anders kunnen worden gekozen. Waar de schrijver reeds op de 2e pagina is begonnen met de mineralogische samenstelling van verschillende gesteenten op te geven, ware het wellicht gewenscht geweest, daar ook aangaande de samenstelling der mineralen zelf een en ander mede te deelen, waartoe hij eerst komt op pagina 41. Nu dit niet reeds op de 2e pagina is geschied, komt de oningewijde lezer daar direct te staan voor een chaos van vreemde namen van mineralen, die voor hem slechts klanken zijn.

633