is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 5, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENSCHAPPELIJK BOTEE MAKEN.

lijk een roomafscheider (Separator) van de Laval kochten, dit werktuig bij één van hen plaatsten en door middel vaneen rosmolen deden werken. leder op zijn beurt zou de melk twee keer daags bij de buren kunnen afhalen en inde boerderij , waar de Separator stond, bezorgen, om dan tevens de gezamenlijk verkregen room, 1 keer daags, naar de verder afgelegen fabriek te bezorgen. Op die wijze zou de room (niet de volle melk) uiteen betrekkelijk groote omstreek voor weinig kosten van vervoer bijeen gebracht kunnen worden. Door het groot aantal boerderijen, die op deze wijze aan een enkele fabriek de room leveren, en den verren afstand, waarop sommigen van het middenpunt zouden wonen, werd natuurlijk het gevaar voor minder zindelijke behandeling der melk door sommigen, bij moeilijk toezicht des te grooter en zou daardoor opnieuw de bereiding vaneen eerste kwaliteit product weder inde waagschaal gesteld worden. Doch hierop ware wel iets te vinden. Het grootste bezwaar daarop valt niets af te dingen bestaat echter in het zeer moeielijk te overwinnen onderling wantrouwen en zich getrouw houden aan de voorschriften vaneen reglement de ingeschapen lust tot „smokkelen” om het nu eens zoo te noemen en het niet minder moeielijk besluiten tot ingrijpende verandering inde wijze van werken, ja inde geheele huishouding , de schijnbaar nog al ingewikkelde berekeningen en noteeringen (een soort van boekhouden dus!) bij het dagelijks afleveren der melk of room en de daarvan bereide boter, ook bij het oontroleeren der fabriek, hier nog buiten beschouwing gelaten. Zouden de mannen tegen een en ander opzien, nog veel meerde vrouwen, die, vooral inden beginne niet zouden weten hoe zij zelve en de meiden den nu vrij gekomen tijd vroeger voor het karnen en verdere bereiding der boter besteed, nuttig werkzaam zouden zijn. Het eergevoel der meeste vrouwen zou ook niet weinig beleedigd worden; weinige zouden spoedig overtuigd zijn, dat in eene fabriek betere boter kan bereid worden, dan door haar zelve. Ook de voorloopig ongunstige of tenminste weinig gunstige uitkomsten, die in voor een paar jaren in ons land opgerichte fabrieken zijn verkregen, zoo het schijnt gedeeltelijk, doordien voor de door de fabrieken ingekochte melk soms te hooge prijzen werden betaald (vergelijk o, a. blz. 61, 66, 68 en andere van het thans besprokene Groninger Yerslag) zullen velen afsohrikken. Wij behoeven ons dan ook geene voorstelling te maken, dat de bedoelde fabrieken vooreerst nog in menigte zullen tot stand komen. (1) Maart valt niet te ontkennen, de Deensche en andere Iste kwaliteit botersoorten zullen steeds hooger prijzen behalen dan de boter uit Nederland, zoolang de laatste niet, of slechts bij uitzondering van enkele partijen, kan wedijveren met de eerste. En daar de graanbouw tegenwoordig nog minder voordeel oplevert dan de veeteelt en zuivelbereiding, is er geen tijd tot zuimen, maar moeten de handen uit (1) Dezer dagen (April) werd echter inde dagbladen melding gemaakt van twee nieuwe groote fabrieken van boter uit melk bereid, die in Friesland door vereenigingen van landbouwers worden opgericht.

68