is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 5, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AARDNOTEN- OF GEONDNOTENKOEK.

Door verschillende machines worden de zaden van de schillen gescheiden en dan geperst, waardoor men eene zeer gezochte olie verkrijgt, waarvan hoe langer hoe meer gebruik gemaakt wordt. De rest, die na het persen terugblijft, zijudegrondnotenkoeken. In het buitenland waren ze reeds lang bekend en door de groote hoeveelheid voedende bestanddeelen, die ze bevatten, al spoedig als veevoeder aanbevolen. Evenwel hoorde men de tegenstrijdigste berichten omtrent het gebruik; terwijl de een hoog ophemelde van de goede hoedanigheden, klaagden anderen, dat hunne koeien er ziek van werden en zelfs stierven. Natuurlijk werd onderzocht, waardoor deze verschillende resultaten veroorzaakt werden en toen bleek het, dat men bij de vervaardiging dikwijls zeer slordig te werk ging, omdat men bijna alleen gewicht op het winnen der olie legde en de koeken als bijzaak beschouwde. Hierdoor kwam het, dat men dikwijls schimmelige en ranzige koeken aantrof, die dan de bovengemelde schadelijke gevolgen hadden. Tegenwoordig echter is dit anders; daar de grondnotenkoeken een gezocht handelsprodukt zijn geworden, besteedt men meer zorg aan hare vervaardiging en nu hoort men ook slechts zelden of nooit meer van nadeelige invloeden op het vee, integendeel van alle kanten wordt de gunstige werking ten zeerste geroemd. Bij ons te lande stuitte de invoering op grooter bezwaren dan in het buitenland ; daar de Nederlandsche landbouwer zich reeds lang op de veeteelt had toegelegd, had hij natuurlijk naar een artikel omgezien, dat hij in zijne naaste omgeving kon krijgen en dat hem als krachtvoeder bij zijn vee goede diensten kon bewijzen; hij had dit gevonden inde lijnkoek en van dit voedermiddel zoo goede resultaten gezien, dat het bijna uitsluitend gebruikt werd en de raapkoeken enz. zijne toenmalige concurrenten geheel en al inde schaduw stelde. Werkelijk is lijnkoek eender beste voedermiddelen voor alle soorten van vee en zoo niettegenstaande dit, ook in Nederland het verbruik van grondnotenkoek voortdurend toeneemt, is dit wel het beste bewijs (want het is bekend hoe vasthoudend onze landbouwende stand in dergelijke zaken is), dat ze werkelijk zeer goede eigenschappen moet bezitten, Eene vrij goede maatstaf voor het meerdere of mindere verbruik vaneen voedermiddel, zijn het aantal onderzoekingen aan het Kijksproefstation te Wageningen en nu zien we uiteen paar publicatien (1) van den heer Kobus, assistent aan die Inrichting, dat het aantal onderzochte grondnootkoeken van 3 in 1878 van lieverlede gestegen is tot 35 in 1885. Door de keuze onzer grondstoffen en vooral door de bijzonder zorgvuldige sorteenng en behandeling gedurende de reeks van ojieenvolgeude bewerkingen, die de grondnooten bij ons ondergaan, voordat ze als koeken de fabriek verlaten, zijn wij m staat gesteld koeken te leveren, waarvan het eiwitgehalte nog hooger is dan het hierboven vermelde. Verschillende onzer afnemers hebben inden laatsten tijd onze koeken laten onderzoeken en het bleek, dat inde laatste 8 maanden gemiddeld 47.7 pCt. eiwit en 7.8 pCt. vet werden gevonden, dus 3 pCt eiwit meer dan het gemiddelde en slechts 0.8 pCt. vet minder. We hebben derhalve tot nu toe gezien dat: I°. in Nederland het gebruik van grondnotenkoek, vooral inden laatsten tijd zeer toeneemt; 3°. het gezamenlijke eiwit en vetgehalte aanzienlijk hooger is dan bij de gunstig bekende lijnkoeken ; 3°. onze fabriek koeken levert, waarvan de som dier beide bestanddeelen hooger is, dan de medegedeelde gemiddelde cijfers. Gaan we nu de prijzen dier beide concurreerende voedermiddelen vergelijken. We zullen het bijzonder lage eiwitgehalte der lijnkoeken van den laatsten oogst (1885) nog buiten rekening laten, (3) ofschoon hierdoor misschien de prijzen ook lager geworden zijn en aannemen dat het gezamenlijke eitwit en vetgehalte van lijnkoeken 41.9 pCt. bedraagt. We zagen dat de som dier beide bestanddeelen bij onze grondnootkoeken 55.5 pCt. was. Als wede waarde der Koolhydraten op van die van eitwit en vet stellen (gelijk door de ondervinding gerechtvaardigd wordt), zoodat we voor de 30 pCt. (1) Zie blz. 86 van den vorigen jaarg. en blz. 6 van den loopenden jaargang van dit Maandblad. (3) Zie Maandblad v.d. Nederl. Landb. 1886 No. 1.

75