is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 7, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lETS OVEE HET VEEGIFTIGEN VAN INSECTEN.

borstel inde spleten en holten zorgvuldig te bestrijken. Met bijzonder veel zorg moet dit bestrijken aan den onderkant der takken en onder aan den stam van den boom geschieden. Zooals van zelf spreekt moet het telkens herhaald worden, als men nieuwe met bloedluis bezette plaatsen ontdekt. 2. Hupsen der Bladspinners. Hiertegen werd reeds sedert lang de zwayellever als verdelgingsmiddel aanbevolen. De rupsen (zomergeneratie) spinnen zich in nesten tusschen bladen en bloemen in en verspreiden zich van hieruit over den geheelon boom, veroorzaken vooral bij appel- en pruimenboomen dikwijls veel schade. Aan Dr. Neszier is het meermalen gebleken, dat eene oplossing van zwavellever alléén zeer moeilijk tot de insecten doordrong, wel was dit het geval met eene oplossing van 2 gr. zwavellever en 15 gram groene zeep, die de rupsen, zoowel inde nesten als op de bladeren, snel doodde. Yan verschillende gemeenten, waar op raad van Dr. Neszier dit middel toegepast werd, kwamen berichten van zeer gunstige resultaten. Yoor één hectoliter vloeistof bezigde men 1 '/a kgr. groene zeep en 200 gram zwavellever, het overige was water. Met een tuinspuit besproeide men de boomen met deze vloeistof. 3. Bladluizen, die zich aan de jonge takjes en boven op de bladeren bevinden, kan men gemakkelijk door het besproeien met bovengenoemde oplossing (2 gram zwavelkalium, 1 eetlepel vol groene zeep en 1 liter water) doen verdwijnen. De bladluizen, die zich aan den onderkant der bladeren bevinden (bij de mirabel, kwetsen, kersen, bessen, rozen, enz.) en die het ineenkrimpen en omkrullen der bladeren veroorzaken, doet dit besproeien geene uitwerking, omdat het gif daarbij niet tot de insecten doordringt. Deze bladluizen en hunne eitjes overwinteren aan de stammen der boomen of struiken en vooral aan de eenjarige takjes, daarom is het raadzaam om deze soort van bladluizen te verdelgen door ■ bet beste in Maart deze takjes met het vocht te bestrijken. Tegen Boomspinners (soort van motten) en bladluizen kan men ook het boven (bij 1) opgenoemde smeersel gebruiken, doch dit in de plaats van met vijfmaal zijn hoeveelheid water te verdunnen, daarvoor lOmaal zooveel water te gebruiken. 4. Larven en insecten in wonden en holten der hoornen. Dr. Neszier schrijft hieromtrent het volgende. Een dwergboom en verscheidene hoogstammen van mijn tuin hadden 3—4 cm. wijde wonden, die door de Bloedluis veroorzaakt waren; deze wonden "werden herhaaldelijk gedeeltelijk met de bovenbeschrevene oplossing, gedeeltelijk met het nog te vermelden creosootmengsel besproeid. Thans, na drie jaren, zijn van de wonden eenigen geheel on anderen voor het grootste gedeelte vergroeid. Bij oude en jongere appel- en pruimenboomen vond Dr. Neszier groote, gedeeltelijk tot in het hart der boomen indringende holten. Na het besproeien met de bekende oplossing kwamen verscheidene dozijnen pissebedden te voorschijn; waarschijnlijk waren do van verschillende oorzaken ontstane holten door deze dieren nog verergerd en het dichtgroeien er van verhinderd. Daar de beschreven oplossing voor het dooden der pissebedden niet sterk genoeg is, keeren zij weldra weder terug. Het volgende mengsel is doodelijk

108